Samenvatting Stofwisseling Vmbo 4a Biologie voor Jou
1.1
Stofwisseling = alle processen in een organisme waarbij stoffen worden omgezet in andere stoffen
Organische stoffen:
- Afkomstig (van producten) van organismen
- Bijv. eiwitten, vetten en koolhydraten
- Fossiele brandstoffen (aardolie)
Anorganische stoffen:
- Komen zowel in organismen als levenloze natuur voor
- Bijv. mineralen en water
Enzymen:
- = Eiwitten die reacties van de stofwisseling versnellen
- Werken heel specifiek (doen slechts 1 type reactie)
- Enzymen worden hergebruikt
- Er zijn knippende en “samenvoegende” enzymen
Enzymactiviteit = snelheid waarmee enzym een reactie versnelt. Hangt af van:
- Temperatuur
- Zuurgraad (pH)
In een optimumkromme van een enzym:
- Minimumtemperatuur (enzymen bewegen te langzaam)
- Optimumtemperatuur
- Maximumtemperatuur (Enzym veranderd definitief van vorm en is onwerkzaam geworden)
Zuurgraad (pH)
- Hoe lager de pH (lager dan 7), hoe zuurder de vloeistof
- Hoe hoger de pH (groter dan 7), hoe basischer de vloeistof
Bestudeer ook afbeelding 4 en 5
1.2
Fotosynthese:
Water + koolstofdioxide + (zon)licht -----> zuurstof + glucose
Vindt plaats in cellen met bladgroenkorrels (zitten enzymen voor fotosynthese in)
- CO2 wordt opgenomen via de huidmondjes
- Water wordt opgenomen via de wortelharen
De opperhuid en nerven van een blad bevatten geen bladgroenkorrels
Bestudeer ook afbeelding 10 en 14
1.3
Bladgroenkorrels/planten zetten dus anorganische stoffen om in organische stoffen (glucose)
Plant kan glucose omzetten in:
- Suiker
- Zetmeel (kan plant opslaan in bladeren of ondergronds)
- Cellulose (zit in celwand van plant)
- Met glucose + nitraat (een zout) kan een plant eiwitten maken
- Eiwitten zitten veel in het cytoplasma
- Vet (opslaan in zaden)
Assimilatie = het vormen van organische stoffen
Organische stoffen doen dienst als bouwstof of brandstof
Bestudeer ook afbeelding 16
1.4
Verbranding:
Brandstof (glucose) + zuurstof --> koolstofdioxide + water + energie
(oftewel uit een organische stof worden anorganische stoffen gemaakt)
Energie komt vrij als warmte of beweging
Energie geef je weer in kilocalorie (kcal) of in kilojoule (kJ)
Grondstofwisseling = de stofwisseling van het lichaam in rust.
Hangt af van:
- Leeftijd
- Geslacht
- Omgevingstemperatuur
Koudbloedig |
Warmbloedig |
Lichaamstemperatuur gelijk aan omgeving |
Constante lichaamstemperatuur |
Reptiel, amfibie en vis |
Vogels en zoogdieren |
Weinig activiteit bij lage temperatuur; sommige soorten winterslaap |
Veel voedsel /glucose nodig om temperatuur te handhaven; in winter dus actief |
1.5
Plant overdag:
- Fotosynthese
- Verbranding
- Uiteindelijk geeft een plant meer zuurstof af dan dat hij verbruikt voor verbranding
Plant ’s nachts:
Plant slaat overdag teveel aan glucose op als zetmeel. ’s Nachts wordt deze zetmeel weer gebruikt.
Bestudeer ook afbeelding 22
Download of print hier de samenvatting stofwisseling als pdf-bestand
|