INVULOEFENING FOTOSYNTHESE
De reacties van de fotosynthese kunnen in twee groepen verdeeld worden. De reacties die licht nodig hebben noemen we de licht-afhankelijke reactie. Degene die kan plaats vinden in zowel licht als donker is de licht-onafhankelijke reactie (donkerreactie).
Tijdens de lichtreactie absorberen
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
licht. De kleuren licht die het meest geabsorbeerd worden zijn
rood en blauw
rood en groen
groen
blauw en groen
geel
licht.
In plantencellen vindt fotosynthese plaats in het organel genaamd
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
. De lichtreactie vindt plaats aan het oppervlakte van de ronde schijfjes, genaamd
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
.
De energie van het foton wordt door het pigment opgenomen, hierdoor raakt een elektron in
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
. Het chlorofyl molecuul geeft zijn elektron af aan een
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
(Feofytine). De elektronen met hoog energieniveau komen in een
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
terecht, een reeks van redoxreacties.
Het elektronentekort bij het chlorofylmolecuul wordt via de fotolyse van
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
teruggewonnen. Hierbij ontstaan ook
2
3
6
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
en H+ ionen.
De hoge concentratie H+ ionen in de thylakoïd wordt gebruikt om
2
3
6
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
te maken met behulp van (foto)fosforylering. Dit gebeurt wanneer zij hun weg naar buiten de thylakoïd forceren door een eiwit genaamd
2
3
6
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
.
De ETC begint bij
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
, gaat naar cytochroom b6f en komt uiteindelijk bij
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
. Ook hier zorgt licht dat het elektron op een hoger energieniveau komt. Daarna worden de elektronen doorgegeven aan NADP+ reductase, een enzym dat
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
vormt uit
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
, H+ en 2
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
.
Hierna begint de donkerreactie in het
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
van het chloroplast; de donkerreactie is ook wel
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
genaamd. Deze reactie vormt glucose uit CO2 met behulp van de energierijke producten van de lichtreactie:
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
.
De Calvincyclus gebeurt
2
3
6
1
12
4
keer voor elk G3P molecuul dat uiteindelijk gebruikt wordt om glucose te maken en gebeurt
2
3
6
1
4
10
12
keer voor elk compleet glucose molecuul dat gemaakt wordt.
De cyclus begint met het binden van CO2 aan een 5-koolstof suiker genaamd
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
. Hieruit ontstaat een 6-koolstof samenstelling, welke weer verbroken wordt in twee 3-koolstof moleculen. De 3-koolstof moleculen worden vervolgens m.b.v.
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
van de lichtreactie gereduceerd, zodat G3P ontstaat. G3P kan gebruikt worden om een glucose molecuul te maken. Je hebt
2
3
6
4
5
10
12
G3P moleculen nodig om een glucose molecuul te vormen. De overige G3P moleculen worden gebruikt in de cyclus om
aangeslagen toestand
ATP
ATP-synthase
Calvincyclus
chlorofyl-pigmenten
chloroplast
elektronen
elektronenacceptor
elektronentransportketen (ETC)
Fotosysteem I
Fotosysteem II
NADP+
NADPH
NADPH en ATP
ribulose difosfaat
rood en blauw
stroma
thylakoïden
water
zuurstof
te vormen.
Controleer
OK