Index biologiepaginaoverzicht biologie klas 1

regenwormen biologie

 
info biologiepagina uitleg biologie oefenen biologie bestanden biologie computer pc les biologie

 

Regenwormen

Regenwormen

Er zijn verschillende soorten regenwormen. In Nederland en België komen 25 soorten voor. Wereldwijd zijn er meer dan 2200 soorten bekend. Ze komen overal voor behalve in droge klimaten en op Antarctica. Ze variëren in lengte van 2 cm tot meer dan 300 cm en 8 mm dikte

Bij het trillen van de grond kruipen de regenwormen uit de grond. Dit kan door de loopbewegingen van dieren of door menselijk handelen met behulp van een stok of greep. En onder natuurlijke omstandigheden door het vallen van regendruppels op de aarde. Regenwormen zijn vooral 's nachts actief. In de winter kruipen de regenwormen dieper de grond in en gaan in een soort winterslaap .

regenworm

segmenten regenworm

Segmentering

De regenworm bestaat uit talrijke ringen (segmenten). Aan elke ring zitten nauwelijks uit de huid stekende borstels (setea). Elk segment heeft vier paar borstels, die uit chitine en proteïne zijn opgebouwd en deze kunnen door afzonderlijke spieren bewogen worden. Het aantal segmenten neemt met het ouder worden toe, doordat in een speciale groeizone vlakbij het uiteinde nieuwe segmenten ontstaan. Vooraan na ongeveer het dertigste segment zit bij volwassen regenwormen een verdikking, het zadel (clitellum) genoemd.

Spijsverteringsstelsel regenworm
Een soort bovenlip hangt aan het kopeinde over de mond. De mondopening begint net na het eerste segment en gaat door tot in de darm, die door het gehele lichaam van de regenworm loopt. Het begin van de darm bestaat uit een spierloze keel, die overgaat in een slokdarm. Deze slokdarm bestaat achtereenvolgend uit kalkzakjes, een spierloze 'krop' en gespierde magen. Hierin wordt het plantaardige voedsel met behulp van zandkorreltjes gelijkmatig vermalen (op dezelfde wijze als bij kippen maar die doen het met behulp van steentjes). Hierna zit de lange middendarm, die over de hele lengte op de rugzijde een uitstulping heeft, waardoor de middendarm een inwendig grotere oppervlakte heeft. Aan het eind zit de anus.

 

Uitscheidingsorganen regenworm
In elk segment met uitzondering van de eerste drie en het laatste segment zitten links en rechts van de darm uitscheidingsorganen (nephridiën), die bestaan uit een lang in lussen gevouwen uitscheidingskanaal met aan het eind een urineblaas. Een trechter met wimpers die in het voorliggende segment oprijst, vangt de uitscheidingsstoffen op. Elk uitscheidingsorgaan (nephridium) is voor de zuurstoftoevoer omgeven door bloedvaten.
De zuurstof is nodig voor het uitscheidingsproces van urinezuur, urine, ammoniak en zouten, voor het terugwinnen van water en het vormen van organische verbindingen.

regenworm anatomie

Secundaire lichaamsholte
Tussen de darm en de huidspierlaag zit in elk segment de secundaire lichaamsholte (coeloom). De secundaire lichaamsholten van de aangrenzende segmenten worden door dunne dwarswanden van elkaar gescheiden. De secundaire lichaamsholten zijn met een vloeistof gevuld en staan onder druk, waardoor er een hydrostatisch skelet gevormd wordt dat de regenworm de nodige stevigheid geeft.

 

Zenuwstelsel regenworm
Regenwormen hebben een hoog ontwikkeld zenuwstelsel dat wordt onderverdeeld in hersenen (supra-oesofagaal ganglion; een boven de slokdarm liggende zenuwknoop bestaande uit meerdere zenuwcellen en -vezels), buikmerg en segmentzenuwen. De hersenen bestaan uit twee cerebraalganglions en liggen in het derde segment vlak voor het begin van de keel aan de rugzijde van de darm. Van daaruit gaan talrijke zenuwen naar de bovenlip. Keelgatverbindingen verbinden het supra-oesofagaal ganglion aan beide zijden van de voordarm met het aan het begin van het vierde segment aan de buikzijde van de darm liggende suboesofagaal ganglion (onder de slokdarm liggende zenuwknoop). De hersenen gaan over in een hoofdzenuwstreng dat aan de buikzijde ligt en het buikmerg wordt genoemd. Het buikmerg heeft de vorm van een paarsgewijs opgezet touwladderzenuwsysteem. In elk segment zit een verdikking met aftakkingen naar de huidspierlaag.
Ogen ontbreken. De regenworm is echter wel aan de voor- en achterkant lichtgevoelig. Ook is de regenworm gevoelig voor trillingen.

regenworm

Bloedsomloop
De regenworm heeft geen speciale ademhalingsorganen, maar wel een sterk vertakt gesloten bloedvatensysteem, waarmee door de huid zuurstof opgenomen wordt en uit de darm opgenomen voedingsstoffen worden getransporteerd.
Het systeem bestaat uit een rugvat dat het bloed van achter naar voren stuwt en een buikvat waardoor het bloed van voren naar achteren stroomt. Het rugvat pompt door samentrekking het bloed naar voren in de harten. In elk segment verbinden tussenkanaaltjes deze twee hoofdvaten, die op de plaats van het spijsverteringsorgaan zo dik zijn dat ze laterale harten genoemd worden. Het aantal harten varieert met de soort. De regenworm heeft tien harten.
Het bloed bestaat uit rode bloedlichaampjes met daarin de hemoglobine en bloedplasma. Daarnaast komen er kleurloze bloedlichaampjes in het bloed voor, die meestal tegen de vaatwanden liggen.

Voortbeweging
Regenwormen leven onder de grond en kunnen zich daar voortbewegen door het afscheiden van een slijmlaagje en de kleine borsteltjes (setae), die op elk segment zitten. Door de aarde op te eten en door samentrekking van de spieren gaat de worm vooruit. Hierbij wordt het organische materiaal gedeeltelijk verteerd en de overgebleven aarde goed gemengd weer uitgescheiden. Vaak zijn ook bovenop de grond de uitgescheiden aarde als hoopjes te zien (afbeelding links).

Voortplanting

Regenwormen zijn tweeslachtig (hermafrodiet), maar een regenworm kan niet zijn/haar eigen eitjes bevruchten. Elke regenworm heeft zowel een mannelijk als een vrouwelijk geslachtsorgaan. De testis en een opening vormen het mannelijk orgaan. Ovaria, eileiders en een opening vormen het vrouwelijke orgaan. Daarnaast hebben ze spermazakjes, waarin het sperma van de partner wordt opgevangen. De dauwpier copuleert boven de grond, andere soorten in de grond. Na de paring ontstaat pas na enige tijd, lang nadat de regenwormen uit elkaar gegaan zijn, bij de zadels (clitellum) een slijmband. De regenworm schuift achteruitkruipend uit de slijmband, waarbij de eitjes en het sperma in de slijmband komen. Aan het eind van het lichaam sluit de slijmband en vormt zo een cocon. Na enkele weken komen hieruit de nieuwe wormpjes (afbeelding onder), die nog enkele weken nodig hebben om volgroeid te raken.

eitjes regenworm

regenworm voortplanting

Parende regenwormen

 

 

 

 

Herstellingsvermogen
Regenwormen hebben een groot herstellingsvermogen (regeneratie). Aan de voorkant kunnen tot maximaal vier segmenten verwijderd worden, die daarna gewoon weer opnieuw gevormd worden. Worden er meer verwijderd, maximaal 15, dan kunnen ze niet allemaal weer aangroeien. Bij meer dan 15 gaat de regenworm dood. Aan het achtereinde kunnen veel meer segmenten verwijderd worden. Als een regenworm doormidden breekt kan alleen het voorstuk in leven blijven. Als een regenworm door een dier gepakt wordt kan hij, net zoals een hagedis met zijn staart, segmenten afstoten en zo wegvluchten

 

Nut regenwormen
Bodemvruchtbaarheid; De belangrijkste bijdragen aan de bodemvruchtbaarheid zijn:
Biologisch; De regenworm is zeer belangrijk voor de afbraak van organisch materiaal (compostering). Hierbij wordt dood organisch materiaal omgezet in humus en een humusrijke grond is belangrijk voor een goede plantengroei. Uitwerpselen van wormen bevatten soms 40% meer humus dan de bovenste grondlaag, waarin de regenworm leeft. Regenwormen trekken 's nachts bladeren, mest en ander dood organisch materiaal de grond in om later als voedsel te dienen en voor bekleding van het nest. De regenworm kan het voorstuk knopvormig laten opzwellen, waardoor de mond door een zuignap omgeven wordt. Met behulp van de keel zuigt de regenworm zich vast en trekt achteruitkruipend het blad de grond in. Uitscheidingen van de keelklieren bevorderen de vertering. In het nest wordt het organisch materiaal in stukjes gebeten en als bekleedsel gebruikt.
Chemisch; Tegelijk met organisch materiaal eet de regenworm ook gronddeeltjes op. In de 'krop' worden de gronddeeltjes door de daar aanwezige grit (kleine steentjes) vermalen tot een fijne pasta, waardoor de mineralen voor de plant beter beschikbaar komen. Onderzoek in de V.S. heeft uitgewezen dat uitwerpselen van de regenworm tot vijf maal meer stikstof, zeven maal meer fosfaat en elf maal meer kalium bevatten dan de omringende grond. Een regenworm kan in humusrijke grond tot 4,5 kg uitwerpselen per jaar produceren.
Fysisch; De regenworm maakt een uitgebreid gangenstelsel en zorgt zo voor een open structuur, waardoor lucht in de grond kan komen en het regenwater snel in de grond kan dringen. Door zijn graafactiviteiten geeft de regenworm een belangrijke bijdrage aan een open grondstructuur. Door het kruipen door de grond wordt er ook lucht door de gangen gepompt.
Voedsel voor andere dieren; Veel dieren, zoals de egel en de merel, hebben regenwormen op hun menu staan.

 

mol regenworm

 

Ecologisch
Regenwormpopulaties zijn afhankelijk van zowel de fysische als de chemische eigenschappen van de grond, zoals bodemtemperatuur, vochtigheid, zuurgraad (pH), zouten, beluchting en textuur.
Daarnaast moet er voldoende voedsel aanwezig zijn en moet de soort zich kunnen voortplanten en verspreiden. Om dit te bereiken moet er regelmatig organisch materiaal aan de grond worden toegevoegd door dit in de grond te brengen of bovenop de grond te strooien.

Regenwormen staan aan de basis van vele voedselketens en dienen als voedsel voor veel vogelsoorten, zoals de merel, kraai, roodborstje. Ook bij egels, dassen en mollen staan regenwormen op het menu. Verschillende insecten, zoals kevers, slakken en platwormen hebben regenwormen als voedsel.

Bedreigingen
Naast ziekten en het dienen als voedsel voor andere organismen worden regenwormen bedreigd door het gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen.
Regenwormen kunnen gifstoffen in hun lichaam opslaan, waardoor dieren die wormen als voedsel gebuiken vergiftigd kunnen worden.
Een nieuwe bedreiging is de invoer in Engeland in 1960 met besmette grond door de Nieuw-Zeelandse platworm die van regenwormen leeft en in Engeland geen vijanden kent.
regenwormen

Extra: oefening anatomie regenworm

 

Biologiepagina | Klas 1 | Ordening | Biologie voor Jou | Regenwormen