Index biologiepaginaindex vmbo 3 en 4

stevigheid en beweging vmbo 3 biologie voor jou

 
info biologiepagina uitleg biologie oefenen biologie bestanden biologie computer pc les biologie

 

Samenvatting Biologie voor Jou VMBO 3 Stevigheid en Beweging

8.1

Lichaam mens = hoofd + romp + ledematen

Skelet van de mens = geraamte = inwendig skelet

Borstkas = ribben + borstwervels + borstbeen

Schoudergordel = schouderbladeren + sleutelbeenderen

Bekken = heupbeenderen + heiligbeen

Ellepijp: loopt van de ELLEboog naar de kant van PInk

Functies van het skelet:

  • Stevigheid
  • Vorm
  • Bescherming (van organen)
  • Bewegen (spieren zitten aan botten vast)
  • (maken van bloedcellen in beenmerg)

Twee type beenderen:

  • Pijpbeenderen
    • Vooral in ledematen
    • Bevat veel holten met rood beenmerg om bloedcellen te vormen
    • In mergholte ook
    •  geel beenmerg > opslag van vet
  • Platte beenderen
    • Wel rood maar geen geel beenmerg

Drie soorten poten:

  • Topgangers > loopt op toppen van tenen > hebben hoef om elke teen = hoefganger
  • Teengangers > alleen teenkootjes op de grond
  • Zoolgangers > hele voet op grond (stevig, maar minder snelheid)

Leer ook afbeelding 2 en 5

8.2

Beenweefsel bestaat uit:

  • Beencellen
    • Bevat veel kanaaltjes met bloedvaten
  • Tussencelstof met veel kalk en weinig lijmstof
  • Hard en stevig

Kraakbeenweefsel bestaat uit:

  • Kraakbeencellen
  • Tussencelstof met weinig kalk en veel lijmstof
  • Buigzaam
  • O.a. in tussenwervelschijven, in gewrichten, tussen rib en borstbeen, oorschelp

Skelet baby bevat nog veel kraakbeen
Oude mensen > weinig lijmstof in tussencelstof > broze en minder buigzame botten

Leer ook afbeelding  8 t/m 12

 

8.3

Botten zijn verbonden via een:

  • Naadverbinding (schedel) = onbeweeglijk
  • Kraakbeen (o.a. rib – borstbeen) = beetje beweeglijk
  • Vergroeid (o.a. heiligbeen en staartbeen) = onbeweeglijk
  • Gewricht = beweeglijk

Type gewrichten:

  • Kogelgewricht
  • Scharniergewricht
  • Rolgewricht (spaakbeen rolt om ellepijp)

Bouw van gewricht:

  • Gewrichtskom
  • Gewrichtkogel (= gewrichtsknobbel)
  • Kraakbeenlaagje > tegen slijtage & soepel bewegen
  • Gewrichtskapsel            = taai vlies dat botten bij elkaar houdt / beschermt & maakt gewrichtssmeer
  • Gewrichtssmeer             > vloeistof die gewricht soepel laat bewegen
  • Gewrichtsbanden          > extra taai vlies in gewrichten die zware belasting doen (bijv. kniebanden, enkelbanden)

Leer ook afbeelding 13 t/m 18

8.4

Alle spieren samen = spierstelsel

Bovenarm          Biceps = armbuigspier
                               Triceps = armstrekspier

Spieren die tegenovergestelde beweging maken = antagonisten (bijv. rug en buikspieren, triceps-biceps)

Pees = taai stevig, niet elastisch vlies dat spier aan bot vast hecht

Plek waar pees aan bot zit = aanhechtingsplaats

Om de spier ligt een laag bindweefsel = spierschede

Spier bestaat uit spierbundels, elk omgeven door een bindweefsel

Spierbundel bestaat uit spiervezels (gebruikt zuurstof en voedingsstoffen)

Door samentrekken spiervezels > spier korter en dikker

Leer ook afbeelding 19 t/m 22

8.5

Wervelkolom zorgt voor schokdemping door:

  • Dubbele S-vorm (in stand gehouden door rugspieren)
  • Tussenwervelschijven

Door de ruggenwervels lopen zenuwen, het ruggenmerg

8.6

Spierpijn             > door afvalstoffen die achterblijven in spier & mini beschadigingen van spiervezels

Spierkramp        = spier trekt plotseling samen door intensieve belasting à kan leiden tot spierscheuring in vlies rond spierbundels

Zweepslag          = scheuring van kuitspier

Botbreuk > twee bothelften moeten gezet worden

Kniegewricht bevat extra:

  • Been > knieschijf (bescherming)
  • 2 Kraakbeenschijven > meniscus (soepeler bewegen gewricht)
  • Kniebanden en kruisbanden

Voetbalknie = meniscus scheurt in kniegewricht > vocht in knie of knie op slot

Kneuzing             = beschadiging van een weefsel, zonder dat er iets breekt of scheurt. Vaak met een bloeduitstorting

Verstuiking of verzwikking =kneuzing van een gewricht à gewrichtskapsel en gewrichtsbanden raken te ver uitgerekt/scheurt > zwelling

Ontwrichting     = gewrichtskogel schiet volledig uit de kom

Tennisarm          = aanhechtingsplaat van elleboogspier is ontstoken

Achillespeesontsteking                = aanhechtingsplaats van kuitspier is ontstoken

Voorkomenvan blessures door:

Cooling-down
Warming-up      > Veel bloed door spieren laten stromen, zodat spier makkelijker kan samentrekken en minder snel overbelast is

RSI         = muisarm (‘herhaalde belasting blessure’)

Leer ook afbeelding 36

Download / print hier de samenvatting als pdf-bestand