Index biologiepaginaindex havo 4

hypertoon isotoon hypotoon cellen

 
info biologiepagina uitleg biologie oefenen biologie bestanden biologie computer pc les biologie

Uitleg: Verschil cellen in hypotone, isotone en hypertone oplossing

 

hypertoon isotoon hypotoon oplossing

 

Osmose is passief transport van watermoleculen door een semi-permeabele membraan heen, van de kant met de laagste concentratie aan opgeloste stoffen naar de kant met de hoogste concentratie.

De openingen in het celmembraan zijn groot genoeg om wel de watermoleculen te laten passeren maar niet voor de moleculen van b.v. suiker of zout. Het membraan gedraagt zich als een "moleculaire zeef" en is dus wat deze stoffen betreft semi-permeabel.

Een gelijke concentratie van deze stoffen aan beide zijden van het membraan kan dus niet bereikt door verplaatsing van de opgeloste deeltjes, gewoonweg omdat deze moleculen te groot zijn. Enkel de watermoleculen kunnen er door en de gelijke concentratie aan beide zijden moet bijgevolg hersteld worden door verplaatsing van watermoleculen. Er stroomt dus meer water van de oplossing met de laagste concentratie aan grote opgeloste stoffen naar die met de hoogste. Dit proces heet osmose.

Omdat ook osmose spontaan verloopt en geen energie kost aan de cel is het eveneens een vorm van passief transport.

Cellen in isotone, hypertone en hypotone oplossing

Ook plasmolyse en turgor bij plantencellen zijn het gevolg van osmose.

  • Wanneer de omgeving van de cel en de celvloeistof zelf een even hoge osmotische waarde hebben, spreekt men van een isotonisch milieu. De cel is dan zodanig gevuld dat ze met het celmembraan net de celwand raakt. Deze normale toestand van de cel heet grensplasmolyse
  • Heeft de omgeving van de cel een hogere osmotische waarde dan de cel zelf, dan bevindt de cel zich in een hypertonisch milieu. Dan zal er meer water uit de cel diffunderen dan erin. De cel verschrompelt dan en duwt niet langer tegen de celwand. Dit noemt men plasmolyse. Als de cel lange tijd in deze toestand blijft, dan sterft ze. 
  • De omgeving kan ook een lagere osmotische waarde hebben dan de cel. Dan noemt men het milieu hypotonisch. In dat geval zal door diffusie meer water de cel in diffunderen dan eruit. De cel zwelt op en drukt tegen de celwand, dit verleent de cel zijn stevigheid. De druk die zo ontstaat op de celwand noemt men turgordruk, in deze toestand zal er evenveel water uit de cel diffunderen als erin. In sommige gevallen kunnen cellen daardoor barsten (rijpe kersen na een regenbui b.v.) Omdat diercellen geen celwand hebben kunnen ze door dit fenomeen zelfs gewoon openspatten. Bij bloedcellen noemt men dat hemolyse. Om dit te voorkomen worden stoffen via infuus altijd toegediend in 'fysiologische zoutoplossing': dat is een zoutoplossing van 0,9% Natriumchloride, die isotoon is met het lichaamsvocht van de mens.