Mitochondrien bevatten enzymen voor de omzetting van
glucose in pyruvaat
eiwitten in aminozuren
een koolstofverbinding in ethanol of melkzuur (lactaat)
een koolstofverbinding in koolstofdioxide en waterstof
Bij een bepaalde vorm van dissimilatie ontstaat lactaat.
Welk is de functie van het proces waarbij dit lactaat ontstaat?
het binden van zuurstof aan pyruvaat
het onttrekken van zuurstof aan pyruvaat
het onttrekken van waterstof aan pyruvaat
het onttrekken van waterstof aan een gehydrogeneerde waterstofacceptor
Waar in de cellen wordt bij de alcoholische gisting alcohol gevormd?
in de mitochondrien
in de chloroplasten
in de ribosomen
buiten de organellen
Chemisch gebonden energie heeft voor organismen een voordeel boven andere vormen van energie.
Dit voordeel is dat alleen chemisch gebonden energie kan:
ontstaan uit andere energievormen
worden opgeslagen en getransporteerd
worden omgezet in andere energievormen
worden omgezet in een andere energievorm, zonder energieverlies voor het organisme
Stel dat in een pantoffeldiertje alle activiteit van de mitochondrien wordt uitgeschakeld door bepaalde giftige stoffen.
Als de eencellige toch geruime tijd, even actief zou doorleven, welke van onderstaande uitspraken is dan juist?
Het pantoffeldiertje zou dan per tijdseenheid evenveel zuurstof verbruiken als voor de vergiftiging van de mitochondrien
Het pantoffeldiertje zou dan per tijdseenheid meer voedsel verbruiken dan voor de vergiftiging van de mitochondrien
Er zou geen dissimilatie meer kunnen plaatsvinden
Er zou geen eiwitsynthese meer plaatsvinden
In tegenstelling tot witte bloedcellen bevatten volwassen rode bloedcellen geen kern en geen mitochondrien.
Wat zal hiervan het gevolg zijn voor hun stofwisseling?
Ze zullen daardoor:
geen ATP vormen
wel ATP vormen, maar minder per mol glucose dan de witte bloedcellen
geen pyruvaat vormen
meer zuurstofgas verbruiken dan de witte bloedcellen
De gisting levert per molecuul glucose minder energie op dan de aerobe celademhaling, doordat bij de gisting:
per molecuul glucose minder dehydrogenaties gebeuren
geen waterstofacceptor beschikbaar is
geen koolstofdioxide aan pyruvaat wordt onttrokken
per molecuul glucose minder pyruvaat wordt gevormd
Bepaalde gistcellen kunnen ethanol produceren.
Welke stof fungeert hier als waterstofacceptor?
ethanal (acetaldehyde)
pyruvaat
lactaat
acetyl-CoA
Twee organismen verbruiken gedurende een bepaalde tijd eenzelfde hoeveelheid glucose; het ene door alcoholische gisting en het andere door aerobe ademhaling.
Hoe zullen de hoeveelheden vrijgekomen CO2 zich verhouden bij aerobe ademhaling tot de hoeveelheden vrijkomend CO2 bij alcoholische gisting?
aerobe ademhaling : alcoholische gisting = 3 : 1
aerobe ademhaling : alcoholische gisting = 6 : 1
aerobe ademhaling : alcoholische gisting = 1 : 3
aerobe ademhaling : alcoholische gisting = 1 : 6
Een reageerbuis wordt gevuld met gistcellen in een glucoseoplossing. In deze buis ontstaan gemiddeld 4 moleculen CO2 per molecuul gedissimileerd glucose.
Kan in deze buis ethanol worden aangetroffen?
Kan in deze buis aerobe ademhaling zijn opgetreden?
Ethanol = ja Aerobe ademhaling = ja
Ethanol = ja Aerobe ademhaling = nee
Ethanol = nee Aerobe ademhaling = ja
Ethanol = nee Aerobe ademhaling = nee
Bij de aerobe dissimilatie van een molecule glucose worden drie reactieketens onderscheiden:
1. de omzetting van glucose in pyruvaat 2. de decarboxylering van pyruvaat 3. de trapsgewijze overdracht van elektronen aan een acceptor
Bij welke van deze ketens ontstaat het meeste ATP en bij welke het minste?
meeste ATP = 2 minste ATP = 1
meeste ATP = 2 minste ATP = 3
meeste ATP = 3 minste ATP = 1
meeste ATP = 3 minste ATP = 2
Welke stof treedt bij de mens in de spieren als waterstofacceptor (elektronenacceptor) bij de melkzuurgisting?
acetyl-CoA
ethanal (acetaldehyde)
lactaat
pyruvaat
Bij gisting kan lactaat ontstaan. Welke stof wordt door het opnemen van waterstof omgezet in lactaat?
ethanal (acetaldehyde)
glucose
NAD+
pyruvaat
In het lichaam van de mens kan glucose anaeroob worden afgebroken. Dit wordt dan via pyruvaat omgezet in lactaat. Dit lactaat kan later weer omgezet worden in pyruvaat:
Voor welke van deze omzettingen is NAD+ nodig?
alleen voor 2
alleen voor 3
voor 1 en voor 2
voor 1 en voor 3
Welke van deze verbindingen wordt opgenomen in de Krebscyclus?
NADH + H+
glyceraldehyde 3-fosfaat
acetyl CoA
glucose
Welke van volgende verbindingen is geen product van de Krebscyclus?
ATP
NADH + H+
acetyl CoA
FADH2
Tijdens de aerobe celademhaling wordt het grootste aantal ATP-moleculen geproduceerd
door fotofosforylering
door oxidatieve fosforylering
tijdens de Krebscyclus
Vul in:
tijdens het transport van elektronen in de endomembraan van de mitochondrien, wordt energie van ………… gebruikt om protonen te pompen in ………… .
NADH en FADH2 / de intermembraanruimte
NADH en FADH2 / mitochondriale matrix
NADH / intermembraanruimte
NADH / mitochondriale matrix
De directe energie voor de oxidatieve fosforylering is afkomstig van
kinetische energie die vrijkomt wanneer protonen diffunderen volgens hun concentratiegradient
NADH en FADH2
ATP
Vul in:
tijdens de melkzuurgisting wordt ……… gereduceerd en ……… geoxideerd.
lactaat / NADH
NAD+ / pyruvaat
pyruvaat / NADH
NADH / lactaat
ATP wordt gevormd via onderstaand schema:
ADP + Pi --> ATP
In welke van onderstaande cellen vindt deze omzetting plaats?
Er vindt dissimilatie van glucose plaats. Neemt de hoeveelheid anorganische fosfaat toe of af of blijft dit gelijk?
Dit neemt toe
Dit blijft gelijk
Dit neemt af
Bij welke omzetting of bij welke van onderstaande omzettingen wordt vrijkomende energie gebruikt voor het maken van ATP?
omzetting van pyrodruivenzuur in alcohol
omzetting van glucose in pyrodruivenzuur
omzetting van pyrodruivenzuur in melkzuur
Welk proces vindt of welke van onderstaande processen vinden plaats in de mitochondrien?
Welke van onderstaande stoffen worden gevormd bij de Krebscyclus?
1 molecuul (NADH + H+) levert bij de oxidatieve fosforylering ........ moleculen ATP
1
2
3
4
6
Bij de glycolyse worden ATP en (NADH + H+) gevormd. (NADH + H+) bevat weer energie voor het maken van ATP.
Hoeveel ATP wordt er direct en indirect (via NADH + H+) gevormd tijdens de glycolyse van 1 molecuul glucose onder aerobe omstandigheden?
Bij welke proces (of processen) worden er elektronen gebonden aan NAD+?
Hoeveel ATP kan er maximaal ontstaan bij de volledige dissimiliatie van 1 molecuul acetylco-enzym A?
Tip: De omzettingen van de citroenzuurcyclus leveren direct en indirect, via de waterstofacceptoren, ATP op.
Waardoor komt er bij de glycolyse van glucose onder anaerobe omstandigheden minder ATP vrij dan onder aerobe omstandigheden?
de oxidatieve fosforylering (met overdracht van elektronen) kan niet plaatsvinden
er worden meer elektronen onttrokken aan glucose
er worden geen elektronen onttrokken aan glucose
er worden minder elektronen onttrokken aan glucose
Welke beweringen gelden zowel voor de alcoholische gisting als de melkzuurgisting?
Bij gisting kan melkzuur ontstaan. Welke stof wordt door het opnemen van waterstof omgezet in melkzuur?
ethanal
glucose
NAD
pyrodruivenzuur
Bij de dissimilatie speelt o.a. NAD een rol.
Waarvoor wordt dit NAD gebruikt?
voor de levering van energie
voor de omzetting van pyrodruivenzuur in melkzuur
voor de overdracht van waterstof
voor de synthese van eiwitten
Bij de alcoholische gisting wordt glucose omgezet in pyrodruivenzuur, dat op zijn beurt wordt omgezet in alcohol.
1) Wordt bij de omzetting van glucose in pyrodruivenzuur ATP gevormd uit ADP en Pi?
2) En wordt bij de omzetting van pyrodruivenzuur in alcohol ATP gevormd uit ADP en Pi?
1=ja 2=ja
1=nee 2=ja
1=ja 2=nee
1=nee 2=nee
Drie beweringen over de aanwezigheid van waterstofoverdragende enzymen in beenspiercellen bij de mens staan hier onder.