Ecologie begrippen

ecologie bergippen oefenen
Specifieke functie van een soort in een ecosysteem
Specifieke leefomgeving van een organisme (met biotische en abiotische factoren)
Groep individuen van 1 soort die een voortplantingseenheid vormen (afb 2)
Alle organismen in een ecosysteem tezamen
Verzameling van populaties en abiotische factoren in een natuurlijk begrensd gebied
Veroorzaakt een tekort in een organisme waardoor processen geremd worden
Vermesting van het oppervlaktewater waardoor waterbloei optreed (afb 1)
Verandering in de loop van de tijd van de soortensamenstelling van een levensgemeenschap
Zetten organisch materiaal om in anorganisch materiaal (afb 5)
Samenlevingsverband tussen twee soorten waarbij beide voordeel hebben (afb 3)
Samenlevingsverband tussen twee soorten waarbij 1 voordeel heeft en de ander niet (maar ook geen nadeel)
Samenlevingsverband tussen twee soorten waarbij 1 voordeel heeft en de ander nadeel (afb 10)
Uniforme leefgebied van een organisme
Doden van prooidieren o.a. voor voedsel (afb 9)
Langdurige samenleving van individuen van verschillende soorten
Concurrentie tussen soortgenoten om bijv. voedsel of een gebied
Onstaat bij voldoende voedsel en een tekort aan predatoren (afb 7)
Wegspoelen van de voedingsrijke bodem (afb 6)
Ophoping van gifstoffen
Laag met organisch materiaal, waarin zich vele voedingsstoffen en reducenten bevinden
Beginstadium van successie, erg instabiel en een eenvoudig voedselweb (afb 8)
Eindstadium van successie, ingewikkeld voedselweb, gespecialiseerde niches (afb 4)