Horizontaal |
| 1. | Alle populaties die in een bepaald gebied leven |
| 5. | Alle chemische reacties in een organisme |
| 7. | De veronderstelling bij een experiment |
| 8. | Ander woord voor vermeerderen |
| 9. | Tak van biologie die zich bezig houdt met het indelen van organismen volgens de taxanomie |
| 11. | Kleinste biologische eenheid |
| 12. | Het versnellen van reacties door enzymen |
| 13. | Een organisme is ............. wanneer het DNA in de celkern ligt |
| 14. | Bacterien en ........... zijn prokaryoten |
| 16. | Een selectie uit een groep die men wil onderzoeken |
| 20. | Ontwikkeling van het leven op aarde waarbij soorten ontstaan, veranderen en verwdijnen |
| 21. | Groep individuen van dezelfde soort in een bepaald gebied die zich onderling voortplanten |
| 22. | Natuurwetenschap op de grens van natuurkunde en biologie |
| 23. | Deel van een cel met een eigen bouw en functie |
| 24. | Het geheel van alle ecocystemen op aarde |
| 26. | Groep van nog niet ingedeelde organismen; meestal eencellig |
| 28. | Tak van biologie die zich bezig houdt met het ordeningssysteem |
| 29. | Groep cellen met dezelfde vorm en functie |