Horizontaal |
| 1. | het kunstmatig veranderen van het genoom van een organisme op een manier die door voortplanting of natuurlijke recombinatie niet mogelijk is |
| 3. | het genenpaar van een eigenschap bestaat uit twee ongelijke genen
|
| 4. | het ontstaan van nieuwe combinaties van allelen
|
| 5. | de studie van wijzigingen in de genexpressie zonder dat er wijzigingen in de dna-sequentie plaats vinden
|
| 7. | erfelijkheidsleer
|
| 9. | twee chromosomen hebben een stuk uitgewisseld en dat stuk is verplaatst naar een ander chromosoom |
| 10. | de combinatie waarin allelen op 1 chromosoom voorkomen
|
| 12. | opvoeding en omgeving
|
| 13. | een dominant allel dat bij een heterozygoot individu een recessief gen ook enigzins tot uiting laat komen in het fenotype noemt men ............... dominant
|
| 14. | een chromosomenportret
|
| 15. | grondlegger van de genetica |
| 17. | het inbrengen van genetisch materiaal in (menselijke) cellen in het kader van een geneeskundige behandeling
|
| 19. | chromosoom, dat niet direct betrokken is bij het totstandkomen van het geslacht van een individu, dit in tegenstelling tot een geslachtschromosoom, die heterosoom is
|
| 20. | een vrouw die heterozygoot is voor een X-chromosomale eigenschap
|
| 23. | 1 van de genen van een genenpaar
|
| 24. | verandering in de volgorde van het DNA of RNA
|
| 25. | een allel dat alleen tot uiting komt in het fenotype als er geen dominant allel aanwezig is, noemt men een .............. allel
|
| 26. | onder invloed van verschillende genen
|
| 27. | een chromosoom komt niet als paar voor maar in enkelvoud
|
| 28. | de waarneembare eigenschappen van een individu
|