Horizontaal |
| 1. | de vorming van zaadcellen
|
| 4. | het ontstaan van eicellen uit een eicelmoedercel
|
| 6. | mannelijk geslachtshormoon, die de mannelijke secundaire geslachtskenmerken veroorzaakt
|
| 7. | een hormoonklier onder aan de hersenen, die in verbinding staat met de hypothalamus en o.a. stimulerende hormonen afscheidt
|
| 8. | vorm van prenatale diagnostiek |
| 9. | In vitro fertilisatie; bevruchting vindt buiten het lichaam plaats
|
| 10. | deel van het mannelijk voortplantingsstelsel waar bij de zaadleiders en urineleider in uitkomen. Voegt vocht met voedingsstoffen aan de zaadcellen
|
| 11. | KI-methode, waarbij een zaadcel in een eicel wordt geinjecteerd
|
| 14. | orgaantje dat aan de zaadcellen een vocht toevoegt de zaadcellen actief maakt
|
| 15. | 2n |
| 16. | dit gen op het Y-chromosoom activeert een reeks andere genen waardoor het embryo zich mannelijk ontwikkelt |
| 17. | door de eierstok afgescheiden hormoon, dat ontwikkeling van de geslachtsorganen, de vrouwelijke geslachtskenmerken en de groei van het baarmoederslijmvlies stimuleert |
| 18. | bevruchte eicel |
| 19. | laag cellen in de zygote die de embryo gaan vormen
|
| 21. | samentrekking van de spieren in de baarmoeder
|
| 22. | binnenste van de vruchtvliezen |
| 23. | een soa, ook wel druiper genoemd |
| 26. | eisprong |
| 28. | geslachtscel |
| 31. | moederkoek |
| 32. | Virus dat de ziekte AIDS veroorzaakt |
| 33. | zo noem je het embryo na 8 weken |
| 34. | eicel |