Horizontaal |
| 2. | energierijke stof |
| 4. | de hoeveelheid opgeloste stoffen
|
| 7. | blaasje gevuld met vocht in de cel, o.a. voor stevigheid
|
| 8. | bolletjes in de cel die eiwitten maken (liggen op het ER of in het cytoplasma)
|
| 9. | In dit systeem worden eiwitten opgeslagen en uiteindelijk gevormd |
| 10. | de controlegroep waarbij de te onderzoeken factor is weggelaten |
| 12. | Als er op een hoger organisatieniveau een nieuwe eigenschap ontstaat die er op het lagere organisatieniveau niet is, noemt met dat een .......... eigenschap |
| 13. | het opnemen van voedingsstoffen via blaasjes
|
| 14. | bouwsteen van het celmembraan, bevat een hydrofobe staart en hydrofiele kop
|
| 18. | verschijnsel waarbij de cel(membraan) loslaat van de celwand
|
| 19. | groep individuen van dezelfde soort in een bepaald gebied die zich onderling voortplanten |
| 20. | waterafstotend |
| 24. | het afsnoeren van blaasjes door het celmembraan om stoffen naar buiten de cel te transporteren |
| 25. | eiwitten die chemische reacties versnellen (katalyseren) |
| 26. | opening in het kernmembraan
|
| 27. | transport waarvoor energie nodig is noemen we ............ transport
|
| 28. | alle ecosystemen op aarde samen |
| 29. | blaasje die door het golgisysteem worden gevormd en verteringsenzymen bevat
|
| 30. | Ander woord voor het afgeven van stoffen door cellen |