Horizontaal |
| 2. | fossiele overgangsvorm tussen soorten
|
| 4. | invloed van milieufactoren, waardoor genfrequenties veranderen
|
| 5. | p + q = 1 : Dit is de regel van Hardy-.................... |
| 6. | met zuurstof |
| 7. | het percentage waarmee een bepaald allel deel uitmaakt van de genenpool in een populatie |
| 8. | Soortvorming kan ontstaan door ...................... |
| 10. | verscheidenheid, dat is de soortenrijkdom binnen een ecosysteem of variatie aan genen in een populatie |
| 11. | Groep individuen van dezelfde soort in een bepaald gebied die samen een voortplantingsgemeenschap vormen |
| 12. | .................... soortvorming is een begrip dat aangeeft dat een dochtersoort kan ontstaan uit een vooroudersoort, zonder dat er een geografische barrière, zoals een rivier |
| 14. | schematische weergave van de verwantschap tussen soorten van een clade, inclusief de gemeenschappelijke voorouder
|
| 16. | Vrijlevende bacterien zouden als organellen in andere cellen zijn gaan leven |
| 18. | .................... organen zijn restanten van organen die bij verre voorouders nog een functie hadden en die in de loop van de evolutie hun functie hebben verloren |
| 22. | fossiele soort, die dankzij een grote horizontale (geografische) verspreiding en een geringe verticale verspreiding geschikt is voor de identificatie van een bepaalde aardlaag |
| 24. | een ............. van een scheikundig element verschilt in atoommassa, maar heeft dezelfde chemische eigenschappen |
| 25. | Geslacht |
| 28. | De wetenschap die zich bezighoudt met het verzamelen en bestuderen van fossielen
|
| 29. | ontwikkeling van het leven op aarde waarbij soorten ontstaan, veranderen en verdwijnen
|
| 30. | Een organisme dat organische stoffen kan maken uit alleen anorganische stoffen is ...................... |
| 31. | aangepastheid voor zover deze een bijdrage levert aan het voortplantingssucces van een individu. Individuen die bevoordeeld worden door selectie hebben een grotere ......... dan andere individuen.
|