Horizontaal |
| 2 | celkern, vacuole en mitochondrium zijn voorbeelden van ........................ |
| 4 | Bewijs voor de evolutie |
| 6 | Een mossel behoort tot de ........................ |
| 11 | Soortvorming kan ontstaan door ...................... |
| 12 | Dit rijk is heterotroof en de cellen hebben celwanden |
| 13 | naam voor een volwassen insect |
| 15 | Een organisme dat andere organisme nodig heeft voor zijn voedsel is ................... |
| 16 | ziekteveroorzakend |
| 18 | De wetenschap die zich bezighoudt met het verzamelen en bestuderen van fossielen |
| 21 | Groep individuen van dezelfde soort in een bepaald gebied die samen een voortplantingsgemeenschap vormen |
| 23 | Vrijlevende bacterien zouden als organellen in andere cellen zijn gaan leven |
| 24 | Eencellige dieren zijn ............................... |
| 26 | Afdeling in het plantenrijk |
| 27 | Individuen die in staat zijn onderling voort te planten en daarbij vruchtbare nakomelingen voort te brengen |
| 28 | een groep soorten bestaande uit een voorouder en alle nakomelingen daarvan |
| 30 | Hij voerde de binaire naamgeving in |
| 33 | kringvormig chromosoom bij een bacterie |
| 34 | de overdracht van DNA van de ene cel op een andere cel, en één van de vormen van genetische uitwisseling |
| 35 | Ontbreekt bij wormen en eencelligen |
| 36 | Afdeling waar de mens toe behoort |