Horizontaal |
| 1 |
Geven groene kleur aan blad |
| 4 |
Bacterien hebben geen.........? |
| 5 |
Voorbeeld van een sporenplant |
| 6 |
Planten die zaden in vruchten hebben |
| 7 |
Afdeling binnen de planten |
| 9 |
Mossen en varens behoren tot
de........................ |
| 11 |
Bedektzadigen en .................................. noemen we zaadplanten |
| 12 |
Voorbeeld van een eencellige schimmel |
| 14 |
In dit rijk hebben de cellen een celkern, celwand en
bladgroenkorrels |
| 15 |
Voortplantingsorgaan bij een schimmel |
| 17 |
Dierlijke cellen hebben geen
........................ |
| 18 |
Voorbeeld van medicijn die uit schimmels wordt
gemaakt |
| 19 |
Ander woord voor algen |
| 21 |
Deze heeft geen celkern en bladgroenkorrels, wel een
celwand |
| 23 |
Ontbreekt bij sporenplanten |
| 25 |
Een paddestoel is een .................... |
| 26 |
Voortplanting bij varens en mossen gebeurt
door........... |
| 27 |
Bacterien vermenigvuldigen zich
door................ |