Horizontaal |
| 1 |
De buitenste laag cellen van het neusslijmvlies
bestaat uit ............ |
| 3 |
Deze liggen in het strottenhoofd |
| 5 |
Via de ...................... wordt de urine
afgevoerd naar de blaas |
| 6 |
Tussen de longen en de borstkas zitten
twee......... |
| 7 |
In dit onderdeel van de longen vindt de gaswisseling
plaats |
| 9 |
Expiratoir reservevolume |
| 10 |
Voorkomt dat voedsel van de keelholte in de neus
komt |
| 12 |
In de neus,- en keelholte liggen ........... die
stoffen produceren die ziekteverwekkers doden |
| 13 |
Afrbraakproduct van rode bloedcellen |
| 14 |
Stof die door de lever gemaakt wordt en de vertering
van vetten bevordert |
| 15 |
Afbraakproduct van aminozuren in de lever |
| 16 |
Hieraan bindt zuurstof in de rode bloedcellen |
| 19 |
Alle longblaasjes bij elkaar hebben een heel groot
............... |
| 23 |
Spier tussen borst,- en buikholte |
| 24 |
Blijft achter in longen na een maximale
uitademing |
| 26 |
Haarvatenkluwen in een niereenheid |
| 28 |
De lis van ...... |
| 29 |
Een niereenheid |
| 30 |
De ademhaling wordt geregeld vanuit het ademcentrum
in de .................. |
| 31 |
Ziekte aan het
ademhalingsstelsel |