Horizontaal |
| 2. | Transport van stoffen van een lage naar een hoge concentratie |
| 6. | Opname van stoffen via een "membraanbolletje" |
| 8. | een van de stikstofbasen; die vast zit aan C |
| 9. | een gedeelte van het chromosoom met gecodeerde informatie voor één erfelijke eigenschap |
| 10. | Nummer 2 |
| 14. | Als een oplossing een hogere osmotische waarde heeft dan een andere oplossing is deze ..... |
| 15. | Nummer 6 |
| 16. | Door osmose laat de celmebraan los van de celwand |
| 17. | eerste fase van de celdeling, waarbij de chromosomen zich spiraliseren en zichtbaar worden |
| 19. | bouwstenen van eiwitten |
| 21. | groep van drie nucelotidebasen, die codeert voor een bepaald aminozuur in een eiwit |
| 23. | Hierdoor wordt stevigheid van een plantencel veroorzaakt |
| 24. | Nummer 7 |
| 26. | Belangrijke bouwstof van de celwand |
| 28. | bestaat uit een monosacharide, een organische base en een fosfaatgroep |
| 29. | verschijnsel dat cellen of weefselbestanddelen van een tumor via het bloedvatenstelsel op een andere plaats terechtkomen en daar aanleiding geven tot het ontstaan van nieuwe tumoren |
| 30. | Blaasje gevuld met vocht, vooral in plantencellen |
| 31. | een van de stikstofbases |