Welke bewering is of welke beweringen zijn juist over de levensloop en levenscyclus?
Sabrina doet een onderzoek over de invloed van de zuurgraad van de bodem op het ontkiemen van tuinkerszaden.
Dit onderzoek kan men in vijf stappen delen. In willekeurige volgorde zijn deze stappen:
1) Sabrina verwacht dat zaden van tuinkers bij een lagere en hogere Ph slechter zullen ontkiemen dan bij een neutrale pH. 2) Sabrina laat 20 zaadjes van tuinkers ontkiemen bij pH 6 en 25 zaadjes bij pH 7 en 25 zaadjes bij pH 8. 3) Sabrina stelt vast dat bij pH 8 maar 4 zaadjes van tuinkers ontkiemen, bij pH 6 maar 8 en bij pH 7 zijn dat er 22. 4) Sabrina leest in een boek dat voor het ontkiemen van zaden de pH neutraal moet zijn. 5) Sabrina vraagt zich af of bij een lagere en hogere zuurgraad minder zaadjes van tuinkers ontkiemen dan bij een neutrale pH. 6) Sabrina concludeert dat pH 7 inderdaad de ideale zuurgraad is voor de ontkieming van tuinkers.
In welke volgorde moeten bovenstaande stappen worden gezet om een natuurwetenschappelijk onderzoek te krijgen?
415236
154236
451236
451326
465123
452316
Sabrina doet een onderzoek over de invloed van de zuurgraad van de bodem op het ontkiemen van tuinkerszaden.
Dit onderzoek kan men in vijf stappen delen. In willekeurige volgorde zijn deze stappen:
1) Sabrina verwacht dat zaden van tuinkers bij een lagere en hogere Ph slechter zullen ontkiemen dan bij een neutrale pH. 2) Sabrina laat 20 zaadjes van tuinkers ontkiemen bij pH 6 en 25 zaadjes bij pH 7 en 25 zaadjes bij pH 8. 3) Sabrina stelt vast dat bij pH 8 maar 4 zaadjes van tuinkers ontkiemen, bij pH 6 maar 8 en bij pH 7 zijn dat er 22. 4) Sabrina leest in een boek dat voor het ontkiemen van zaden de pH neutraal moet zijn. 5) Sabrina vraagt zich af of bij een lagere en hogere zuurgraad minder zaadjes van tuinkers ontkiemen dan bij een neutrale pH. 6) Sabrina concludeert dat pH 7 inderdaad de ideale zuurgraad is voor de ontkieming van tuinkers.
Welke stap is de hypothese?
1
2
3
4
5
6
Twee soorten vogels zijn de alk en de zeekoet. Beide soorten nestelen op rotswanden aan zee. Alken nestelen apart in holten in de rots of in kleine grotten. Zeekoeten maken met grote aantallen tegelijk hun nesten op richels. Beide soorten zijn viseters en zolang de jongen in het nest verblijven, voeren de ouders de jongen met vis.
Tekening 1 toont een alk met jong bij het voeren. De ouder staat met een aantal vissen in de snavel en het jong pikt de vissen er één voor één uit. Tekening 2 toont een zeekoet met jong bij het voeren. De ouder buigt zich over het jong en laat een vis met de staart naar voren uit zijn snavel glijden. Het jong pakt de vis, draait hem om en slikt hem, de kop eerst, naar binnen. Deze manier van voeren is waarschijnlijk een aanpassing aan het nestelen op overvolle rotswanden.
Wat kan als controlegroep of blancoproef zijn bestudeerd?
Onderzoekers legden eieren van een alk in het nest van een zeekoet. Na enige tijd bleken de jonge alken die uit deze eieren kwamen, te zijn gestorven door ondervoeding, hoewel de zeekoeten ze wel probeerden te voeren.
Een nest met zeekoeteieren en zeekoetouders
Een nest met zeekoeteieren en alkenouders
Een nest van een alk zonder eieren
Een nest van een zeekoet zonder eieren
Een wetenschapper wil de invloed van aspirine op de bloeddruk bepalen. Hij beschikt over twee gelijke groepen proefpersonen. De proefpersonen van de ene groep krijgen een asparinetabletje (opgelost in een glas water) waarna ze de oplossing moeten opdrinken. Wat moet de controlegroep toegediend krijgen?
Niks
Een glas water
Een glas water met opgelost een vergelijkbaar tabletje (zonder asparine)
Een vergelijkbaar tabletje zonder asparine
Iemand die onderzoek doet naar fossielen is bezig onderzoek te doen op het grensgebied van biologie en geologie. Hoe noemt men dit grensgebied?
Biofysica
Paleontologie
Bio-informatica
Biochemie
Aardbiologie
Aardwetenschappen
Welke van onderstaande uitspraken is juist?
Op welk organisatieniveau onderzoek je in de biologie als je op het niveau van de foto aan het onderzoeken bent?
Molecuul
Organel
Cel
Weefsel
Orgaan
Organisme
Wat is een voorbeeld van een populatie?
Wanneer je een skelet van een kip bestudeert ben je bezig op net niveau van een....
molecuul
cel
weefsel
orgaan
orgaanstelsel
organisme
Biologen bestuderen eigenschappen op verschillende niveaus in de biologie. Op elk hoger organisatieniveau verschijnen nieuwe eigenschappen die ........................... eigenschappen worden genoemd.
Welke voorwaardes zijn vereist bij de opzet van een goed werkplan?
Manfred onderzoekt en benoemt alle waterdiertjes in de vijver om hier vervolgens een voedselweb van te maken.
Is dit een beschrijvend of een hypothesetoetsend onderzoek?
De eencellige parasiet Toxoplasma gondii komt bij één op de drie mensen voor in het zenuwstelsel en in de spieren. Daar kan de parasiet jarenlang verblijven, zonder duidelijke ziekteverschijnselen te veroorzaken. De parasiet komt binnen via besmet vlees of besmette vis. Ook veel muizen zijn besmet. Besmette muizen blijken zich actiever en minder voorzichtig te gedragen dan niet-besmette muizen. De Tsjech Jaroslav Flegr beweerde dat deze gedragsverandering door Toxoplasma wordt veroorzaakt.
Welke term wordt gebruikt voor Flegrs bewering?
Als de aarde bij een aardappelplant gedeeltelijk wegspoelt, kan een aardappel boven de grond komen. Het gedeelte boven de aarde wordt groen. Dit komt doordat plastiden in elkaar overgaan. Welke verandering bij plastiden treedt op in een deel van een aardappel dat boven de grond komt?
chloroplasten worden chromoplasten
chloroplasten worden leukoplasten
leukoplasten worden chromoplasten
leukoplasten worden chloroplasten
In welke plastiden vindt de fotosynthese plaats?
in de chloroplasten
in de leukoplasten
in de chromoplasten
in de zetmeelkorrels
In een plantencel kunnen de volgende onderdelen voorkomen: 1 chloroplasten 2 leukoplasten 3 chromoplasten 4 vacuolen Welke van deze onderdelen kunnen de rode kleur geven aan een plant?
alleen 3
alleen 3 en 4
alleen 1, 2 en 3
alleen 4
Waar wordt de intercellulaire ruimte voor gebruikt?
voor de stofwisselingsprocessen
voor het transport van water
voor de stevigheid
voor het transport van gassen
Onderdelen in een cel zijn: 1) ribosomen 2) leukoplast 3) celwand 4) grote vacuolen Welke onderdelen komen alleen voor in plantaardige cellen?
alleen 2 en 3
alleen 2, 3 en 4
1, 2, 3 en 4
alleen 3
Uit onderzoek aan een cel, die in het midden van een plantenwortel zat, blijkt dat hij veel plastiden bevat. Welke plastiden zullen dat zeer waarschijnlijk zijn geweest?
chloroplasten en leukoplasten
chloroplasten en chromoplasten
chloroplasten, chromoplasten en leukoplasten
alleen amyloplasten (zetmeelkorrels)
Hiernaast staat een schema van een cel. Welk cijfer geeft het endoplasmatisch reticulum aan?
4
2
9
1
Hiernaast staat een schema van een cel. Wat wordt met 3 aangegeven?
een mitochondrium
een vacuole
het Endoplasmatisch Reticulum
een lysosoom
Hiernaast staat schematisch een cel afgebeeld. Wat is de functie van onderdeel 4?
eiwitsynthese
transport van stoffen
regeling stofwisseling
energie vrijmaken
Hiernaast staat schematisch een cel afgebeeld. Wat is het hoofdbestanddeel van 7?
cellulose
fosfolipiden
eiwitten
koolhydraten
In een levende zonnebloem vindt transport plaats van glucose van de ene cel naar de andere. Door welk proces gaat glucose door de celmembranen van de cellen?
door fagocytose
door osmose
door diffusie
door actief membraantransport
Hiernaast staat een celmembraan schematisch getekend. Op welke plaats bevinden zich transportenzymen?
1
3
4
5
Hiernaast staat een celmembraan schematisch getekend. Door welk onderdeel passeren vetmoleculen het celmembraan?
1
2
3
4
Drie reageerbuizen worden gevuld met oplossingen van keukenzout (NaCl) van verschillende concentraties. Buis 1 bevat een 0,1% NaCl-oplossing, buis 2 bevat een 0,9% NaCl-oplossing en buis 3 bevat een 1,5% NaCl-oplossing. In elk van deze buizen wordt een stukje van hetzelfde verse weefsel ondergedompeld. De stukjes weefsel zijn allemaal even groot en rood van kleur. Voordat ze in de buizen zijn gedaan, zijn ze eerst goed afgespoeld totdat ze geen kleurstof meer afgeven. Na een half uur wordt het experiment beëindigd. De oplossing in buis 1 is licht rood geworden. De oplossingen in buis 2 en 3 zijn kleurloos gebleven.
Leerling 1 beweert dat de cellen in buis 3 groter zijn dan in oplossing 2.
Leerling 2 beweert dat de cellen in de buizen 2 en 3 een celwand hebben, zodat ze geen invloed ondervinden van het veranderen van de osmotische waarde van de omgeving. Welke leerling heeft of welke leerlingen hebben gelijk?
geen van de leerlingen
alleen leerling 1
alleen leerling 2
Beide leerlingen
Drie reageerbuizen worden gevuld met oplossingen van keukenzout (NaCl) van verschillende concentraties. Buis 1 bevat een 0,1% NaCl-oplossing, buis 2 bevat een 0,9% NaCl-oplossing en buis 3 bevat een 1,5% NaCl-oplossing. In elk van deze buizen wordt een stukje van hetzelfde verse weefsel ondergedompeld. De stukjes weefsel zijn allemaal even groot en rood van kleur. Voordat ze in de buizen zijn gedaan, zijn ze eerst goed afgespoeld totdat ze geen kleurstof meer afgeven. Na een half uur wordt het experiment beëindigd. De oplossing in buis 1 is licht rood geworden. De oplossingen in buis 2 en 3 zijn kleurloos gebleven.
Leerling 1 beweert dat osmotische waarde in de cellen van buis 3 hoger is dan die in de cellen in oplossing 2.
Leerling 2 beweert dat de turgor van de cellen van buis 3 lager is dan die van de cellen in buis 2. Welke leerling heeft of welke leerlingen hebben gelijk?
geen van de leerlingen
alleen leerling 1
alleen leerling 2
beide leerlingen
Een druppel menselijk bloed wordt verdund met eenzelfde hoeveelheid gedestilleerd water. Wat gebeurt er dan met de rode bloedcellen?
Ze veranderen niet.
Ze krijgen een grotere turgor.
Ze verschrompelen
Ze zwellen op
Jam kan worden geconserveerd door er veel suiker aan toe te voegen. Waarop berust deze conserveringsmethode?
Op het onttrekken van suiker aan de vruchten.
Op het verlagen van de osmotische waarde van vruchten.
Op het ophopen van bacteriële stofwisselingsproducten.
Op het onttrekken van water aan bacteriën en schimmels.
Men legt enkele cellen uit een normale aardappel in gedestilleerd water. Wat gebeurt er met de osmotische waarde van de cellen? En met de turgor?
De osmotische waarde en turgor veranderen niet.
De osmotische waarde neemt af en de turgor neemt toe
De osmotische waarde en turgor nemen af.
De osmotische waarde en turgor nemen toe.
Een normale plantencel wordt in een ruime NaCl-oplossing van 5% gelegd. Op een bepaald moment laat het celmembraan los van de celwand. Na enige tijd verandert de cel niet meer, er is een ruimte ontstaan tussen celwand en celmembraan. Wat bevindt zich in deze ruimte?
een NaCl-oplossing met een lagere osmotische waarde dan die van 5%
zuiver water
lucht
een NaCl-oplossing van 5%
Een bepaalde plantencel heeft een turgor die maximaal is. Hij verandert niet meer van grootte. Is de osmotische waarde buiten de cel groter dan, kleiner dan of gelijk aan die in de cel?
gelijk
kleiner
groter
De cel in de afbeelding ligt in een zoutoplossing en heeft turgor. Er is evenwicht bereikt. Drie plaatsen zijn aangegeven met de letters P, Q en R Op welke van deze plaatsen is de osmotische waarde het hoogst?
P
Q
R
Kijk naar onderstaande afbeelding: Wat wordt aangegeven met nummer 2?
Celmembraan
Chloroplast
Ruw Endoplasmatisch Recticulum (ER met ribosomen)
Mitochondrium
Een bepaalde cel wordt achtereenvolgens in drie verschillende keukenzoutoplossingen gelegd en bij dezelfde vergroting getekend (zie de afbeelding). Hierbij blijft de cel levend. In welke figuur heeft de getekende cel de grootste stevigheid?
1
2
3
Welke twee organellen zijn betrokken bij de eiwitsynthese in het cytoplasma?
In het cytoplasma van een zenuwcel is de K+ concentratie veel hoger dan buiten de cel. Welk transportproces maakt dit mogelijk?
Diffusie
Actief transport
Passief transport
Osmose
De stoffen die een mitochondrium gebruikt voor het uitoefenen van zijn functie zijn:
Water en zuurstof
Zuurstof
Water, zuurstof en glucose
Glucose en zuurstof
Tijdens diepe slaap worden eiwitten in zenuwcellen aangemaakt. Welk organel zorgt of welke organellen zorgen voor transport van deze eiwitten in een zenuwcel?
de ribosomen.
de mitochondriën
het ER (endoplasmatisch reticulum)
de chromosomen
Drie reageerbuizen worden gevuld met oplossingen van keukenzout (NaCl) van verschillende concentraties. Buis 1 bevat een 0,1% NaCl-oplossing, buis 2 bevat een 0,9% NaCl-oplossing en buis 3 bevat een 1,5% NaCl-oplossing. In elk van deze buizen wordt een stukje van hetzelfde verse dierlijke weefsel ondergedompeld. De stukjes weefsel zijn allemaal even groot en rood van kleur. Voordat ze in de buizen zijn gedaan, zijn ze eerst goed afgespoeld totdat ze geen kleurstof meer afgeven. Na een half uur wordt het experiment beëindigd. De oplossing in buis 1 is licht rood geworden. De oplossingen in buis 2 en 3 zijn kleurloos gebleven. Wat is de juiste verklaring voor het licht rood worden van de oplossing in buis 1?
De celwanden zijn kapot gegaan omdat de omgeving hypertonisch was
De cellen in het weefsel zijn kleiner geworden omdat er water uit de cel is gegaan.
In de cellen zijn (rode) chromoplasten ontstaan
De cellen zijn gesprongen omdat ze water hebben opgenomen.
Welke uitspraak is waar over passief transport?
Passief transport kost geen energie. Dit gaat van een hoge naar een lage concentratie.
Passief transport kost geen energie. Dit gaat van een lage naar een hoge concentratie.
Passief transport kost energie. Dit gaat van een hoge naar een lage concentratie.
Passief transport kost energie. Dit gaat van een lage naar een hoge concentratie.
Amoeben zijn eencellige diertjes die onder andere in slootwater leven. Bij deze diertjes komen 'kloppende vacuolen' voor. Hiermee wordt overtollig water naar buiten gepompt. Er wordt een experiment uitgevoerd waarbij een aantal uit slootwater afkomstige amoeben in zeewater worden gelegd en een aantal in gedestilleerd water. Eén van beide groepen amoeben verliest door osmose water. Welke groep is dat? Bij welke groep amoeben zullen kloppende vacuolen aanwezig zijn die met hoge frequentie samentrekken?
Waterverlies door osmose vindt plaats bij de amoeben in zeewater. Kloppende vacuolen die met een hogere frequentie samentrekken, zijn aanwezig bij de amoeben in gedestilleerd water.
Waterverlies door osmose vindt plaats bij de amoeben in zeewater. Kloppende vacuolen die met een hogere frequentie samentrekken, zijn aanwezig bij de amoeben in zeewater.
Waterverlies door osmose vindt plaats bij de amoeben in gedestilleerd water. Kloppende vacuolen die met een hogere frequentie samentrekken, zijn aanwezig bij de amoeben in zeewater.
Waterverlies door osmose vindt plaats bij de amoeben in gedestilleerd water. Kloppende vacuolen die met een hogere frequentie samentrekken, zijn aanwezig bij de amoeben in gedestilleerd water.
Bij een bepaalde plantensoort hebben de planten paarse bladeren. De paarse kleur wordt veroorzaakt door een kleurstof in het vacuolevocht. Op een gegeven moment hangen de bladeren van een plant van deze soort een beetje slap. Een preparaat met enkele levende cellen van een blad van deze plant wordt in gedestilleerd water gelegd. Wat gebeurt er vervolgens met de kleur van het vacuolevocht in deze cellen? Wat is hiervoor de verklaring?
De kleur van het vacuolevocht blijft onveranderd, doordat het celmembraan niet doorlaatbaar is voor de kleurstof.
De kleur van het vacuolevocht wordt lichter, doordat er water de vacuole binnenkomt.
De kleur van het vacuolevocht wordt lichter, doordat er kleurstof de vacuole uitgaat.
De kleur van het vacuolevocht wordt donkerder, doordat er water de vacuole uit gaat.
Het bloedplasma van de mens heeft een gemiddelde osmotische waarde, die gelijk is aan die van een 0,9% NaCl-oplossing. Bij een experiment worden rode bloedcellen in een oplossing P gelegd met een onbekende osmotische waarde. De opgeloste deeltjes in oplossing P kunnen geen celmembranen passeren. Na enige tijd worden de rode bloedcellen bekeken met een microscoop. Het blijkt dat ze zijn gezwollen. Is de osmotische waarde in deze gezwollen rode bloedcellen kleiner dan, gelijk aan of groter dan die van een 0,9% NaCl-oplossing?
kleiner dan
gelijk aan
groter dan
Als een rozenbottel rijp wordt, verandert de kleur van groen naar rood. Welke verandering in de plastiden is hiervan de oorzaak?
Chloroplasten zijn overgegaan in chromoplasten.
Chloroplasten zijn overgegaan in leukoplasten
Chromoplasten zijn overgegaan in chloroplasten
Leukoplasten zijn overgegaan in chloroplasten.
Een bepaalde cel wordt achtereenvolgens in drie verschillende keukenzoutoplossingen gelegd en bij dezelfde vergroting getekend, zie de afbeelding. Hierbij blijft de cel levend. In welke figuur heeft de getekende cel de grootste stevigheid?
1
2
3
Twee uitspraken: 1) Het transport van water door de celmembraan kost energie 2) Het transport van koolstofdioxide vindt plaats door diffusie Welke uitspraken zijn juist?
Geen van beide
Alleen 1
Alleen 2
Beide juist
Waarvoor wordt in een mitochondrium zuurstof verbruikt?
Voor het vrijmaken van energie die nodig is voor processen in de cel
Voor het vrijmaken van stoffen die nodig zijn voor processen in de cel
Voor het vastleggen van energie die nodig is voor processen in de cel
Voor het vastleggen van stoffen die nodig zijn voor processen in de cel
Hoe komt zuurstof bij mitochondriën?
Door osmose
Door transportenzymen
Door diffusie
Door actief transport
Waaraan is de osmotische waarde van een celwand van een plantencel gelijk?
het extern milieu
het cytoplasma
de vacuole
Waardoor is een celmembraan selectief-permeabel en niet semi-permeabel?
Omdat in water oplosbare stoffen via eiwitten in het celmembraan kunnen diffunderen
Omdat in water oplosbare stoffen via fosfolipiden in het celmembraan kunnen diffunderen
Omdat in water oplosbare stoffen door osmose via eiwitten in het celmembraan getransporteerd kunnen worden
Omdat in vet oplosbare stoffen door osmose via eiwitten in het celmembraan getransporteerd kunnen worden
Wanneer gaan de rode bloedcellen in het bloedplasma enigszins bol staan?
Als de hoeveelheid opgeloste stoffen in het bloedplasma toeneemt
Als de hoeveelheid opgeloste stoffen in het bloedplasma afneemt
Hoe heet het proces dat je in onderstaande afbeelding ziet?
Hoe heet het proces dat je in onderstaande plantencel ziet?
De celmembraan bestaat uit een dubbele laag van ..............................
Onderstaande proefopstelling staat een tijdje. Wat zal er in deze situatie gebeuren?
Een plantencel wordt in een oplossing gelegd. Is deze oplossing isotoon, hypertoon of hypotoon ten opzichte van de plantencel?