Het milieuprobleem door mestoverschotten hangt samen met een stikstofhoudende afvalstof die bij de eiwitstofwisseling wordt gevormd en die door de nieren van zoogdieren wordt uitgescheiden.
Geef de naam van deze afvalstof.
De bron geeft schematisch de kop van een zeevogel weer. Deze vogel drinkt voornamelijk zeewater. Boven op de snavel bevindt zich de uitmonding van een zoutklier die dient voor de uitscheiding van overtollige zouten. De mens bezit geen zoutklier zoals deze zeevogel. Wel raakt de mens via de zweetklieren zouten kwijt. Voor de uitscheiding van overtollige zouten heeft de mens een speciaal paar organen.
Welke organen zijn dit?
Duikeenden (zoals kuifeenden) beoefenen topsport. De op het IJsselmeer overwinterende vogels leven van driehoeksmosselen. Het opduiken en verteren van de mosselen legt een zo groot beslag op wat de vogels fysiek aankunnen, dat het een topprestatie is dat zij de winter overleven.
Duikeenden foerageren voornamelijk ’s nachts. Ze duiken drie- tot vijfhonderd keer per nacht om hun dagelijks rantsoen te verzamelen en slikken de mosselen in hun geheel door. Bij elke duik hebben de eenden slechts kort de tijd om onder water mosselen te vinden die bovendien vaak losgerukt moeten worden. Voor de duikeend zijn daarom de diepte waarop de mosselen zich bevinden, het gemak waarmee ze zijn te vinden en de snelheid waarmee ze zijn door te slikken, van het allergrootste belang.
De lichaamsbouw van duikeenden is niet geschikt voor langdurig verblijf onder water. Welk organenstelsel van duikeenden is met name niet aangepast aan leven onder water?
Bij de uitademing kunnen de volgende gebeurtenissen een bijdrage leveren aan het naar buiten drijven van de lucht uit de longen:
1 het terugveren van de longblaasjes, 2 het terugveren van de buikwand, 3 het naar beneden zakken van de ribben door de zwaartekracht, 4 het naar beneden trekken van de ribben door spieren.
Bij welke van deze gebeurtenissen wordt energie verbruikt die vrijkomt bij dissimilatie?
bij gebeurtenis 1
bij gebeurtenis 2
bij gebeurtenis 3
bij gebeurtenis 4
De bron geeft schematisch een longblaasje met een longhaarvat van de mens weer. Vier plaatsen in het longhaarvat zijn aangegeven met P, Q, R en S. De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.
Op welke van deze plaatsen bevindt zich zuurstof?
alleen op plaats R
alleen op de plaatsen Q en R
alleen op de plaatsen R en S
op de plaatsen P, Q, R en S
In de lever kunnen aminozuren worden omgezet in een gedeelte dat stikstof bevat en een gedeelte zonder stikstof Het gedeelte met stikstof wordt in de lever verwerkt in een andere stikstofverbinding.
Ontstaan bij de beschreven processen in de lever stoffen die kunnen worden geassimileerd en/of stoffen die kunnen worden gedissimileerd en/of stoffen die kunnen worden uitgescheiden?
alleen stoffen die kunnen worden geassimileerd
alleen stoffen die kunnen worden gedissimileerd
alleen stoffen die kunnen worden uitgescheiden
zowel stoffen die kunnen worden geassimileerd, als stoffen die kunnen worden gedissimileerd als stoffen die kunnen worden uitgescheiden
De gewasbeschermingsmiddelen parathion en para-oxon lijken veel op elkaar. Deze middelen veroorzaken spierkramp. Hun giftigheid voor de mens hangt sterk af van de manier waarop ze in het bloed terechtkomen: via de wand van het verteringskanaal of via de huid. Op grond van deze gegevens worden de volgende veronderstellingen gedaan.
1 Para-oxon wordt in het spijsverteringskanaal of in de lever omgezet in een niet-giftige stof. 2 Parathion wordt in de lever omgezet in een niet-giftige stof 3 Parathion wordt in het spijsverteringskanaal of in de lever omgezet in een meer giftige stof
Welke van deze veronderstellingen kunnen juist zijn?
alleen de veronderstellingen 1 en 2
alleen de veronderstellingen 1 en 3
alleen de veronderstellingen 2 en 3
de veronderstellingen 1, 2 en 3
De afbeelding geeft schematisch de bouw van een nier van de mens weer. Eén niereenheid is vergroot afgebeeld. Een nier produceert urine. Urine van de mens bestaat uit water met daarin opgeloste stoffen. In urine kunnen cellen worden aangetroffen die afkomstig zijn van de nieren. In de nieren bevinden zich onder andere de volgende typen cellen: 1 dekweefselcellen van de bloedvaten in de nierkapsels, 2 dekweefselcellen van de nierkanaaltjes, 3 rode bloedcellen.
Welke van de genoemde typen cellen kunnen in de urine van een gezonde persoon worden aangetroffen?
alleen 2
alleen 1 en 2
alleen 1 en 3
1, 2 en 3
Een turnster hangt ondersteboven aan een rekstok.
Bij bepaalde adembewegingen gebruikt zij in deze houding meer energie dan wanneer zij normaal rechtop staat. Welke adembewegingen kosten in deze houding meer energie dan wanneer zij normaal rechtop staat en even frequent ademt?
inademing bij zowel de rib- als de middenrifademhaling
inademing bij de ribademhaling en uitademing bij de middenrifademhaling
uitademing bij zowel de rib- als de middenrifademhaling
uitademing bij de ribademhaling en inademing bij de middenrifademhaling
Alcohol
Als gevolg van langdurig, overmatig alcoholgebruik kan de afvoergang van de alvleesklier afgesloten raken. Producten van de alvleesklier blijven dan in de alvleesklier achter en veroorzaken daar beschadiging van het alvleesklierweefsel.
Waardoor wordt deze beschadiging veroorzaakt?
door enzymen
door glucagon
door glucose
door insuline
Nieren In een kranteartikel over nieronderzoek stond onder andere de volgende tekst.
De tweehonderd gram wegende organen bevatten elk ongeveer een miljoen minuscule filtertjes die dagelijks tweehonderd liter vloeistof filtreren en doorgeven aan piepkleine buisjes. Die zogenaamde tubuli monden uiteindelijk via nierbekken en urineleider uit in de urineblaas. Als alle gefilterde vloeistof direct de blaas in zou lopen, zouden we dagelijks 200 liter urine uitplassen en evenveel vloeistof moeten drinken om niet uit te drogen. Gelukkig wordt meer dan 99% van de vloeistof teruggeresorbeerd in het bloed via de cellen van de tubuli en plassen we uiteindelijk minder dan twee liter uit.
Waar in een nier bevinden zich de miljoen minuscule filtertjes die in regel 2 worden genoemd?
in het nierbekken
in het niermerg
in de nierschors
Uitscheiding wordt als volgt gedefinieerd: 'Uitscheiding is het verwijderen van overtollige en/of schadelijke stoffen uit het inwendige milieu.' Delen van de urinewegen van de mens zijn het begin van de urineleiders, de urineblaas, de nierbekkens en de nierkapseltjes.
In welke van deze plaatsen verlaten overtollige en schadelijke stoffen het inwendige milieu?
in het begin van de urineleiders
in de urineblaas
in de nierbekkens
in de nierkapseltjes
Bij een proefpersoon wordt de samenstelling van de uitgeademde lucht gemeten gedurende één uitademing. In totaal ademt hij 500 ml lucht uit. Tijdens de uitademing verandert de samenstelling van de uitgeademde lucht. De resultaten van de metingen zijn weergegeven in het diagram.
Waardoor bevat de eerste 100 ml uitgaademde lucht meer O2 en minder CO2 dan de laatste 100 ml uitgeademde lucht?
De eerste 100 ml is afkomstig uit de bovenste longblaasjes waaruit minder O2 en meer CO2 wordt opgenomen uit het bloed dan uit de lager gelegen longblaasjes.
De eerste 100 ml is afkomstig uit de luchtpijp en bronchiën en is niet gemengd met lucht uit de longblaasjes.
De eerste 100 ml heeft een lagere druk dan de laatste 100 ml.
De eerste 100 ml wordt met meer kracht uitgeademd dan de laatste 100 ml.
Brandnetelthee wordt door mensen gedronken als middel ter bevordering van de urineproductie door de nieren. Eén of meer stoffen in deze thee hebben in het lichaam blijkbaar een zodanige werking dat de urineproductie stijgt.
Twee mogelijke effecten van brandnetelthee in het lichaam van een mens zijn:
1 door brandnetelthee wordt de ADH-productie door de hypofyse geremd, 2 door brandnetelthee wordt de waterresorptie door de cellen van de nierkanaaltjes verhoogd.
Welk van deze mogelijke effecten zou of welke zouden de toename van de urineproductie kunnen verklaren?
alleen effect 1
alleen effect 2
de effecten 1 en 2
Wanneer iemand als gevolg van het drinken van brandnetelthee zo'n verhoogde urineproductie heeft, is de concentratie opgeloste stoffen in zijn urine minder dan wanneer hij dezelfde hoeveelheid gewone thee had gedronken. Beide hoeveelheden thee bevatten evenveel opgeloste stoffen. De totale hoeveelheid opgeloste stoffen die in 1 uur na het drinken van de thee in de urine wordt uitgescheiden, blijkt na het drinken van brandnetelthee even groot te zijn als na het drinken van gewone thee.
Is de concentratie van opgeloste stoffen in het bloed bij iemand na het drinken van brandnetelthee kleiner dan, gelijk aan of groter dan wanneer hij eenzelfde hoeveelheid gewone thee met dezelfde concentratie van opgeloste stoffen had gedronken?
kleiner
gelijk
groter
Er is een deel van de baarmoederwand, de placenta en de navelstreng bij een zwangere vrouw weergegeven. In tekening 2 is de ligging van de longen in de borstkas van een mens afgebeeld. Enkele delen die een functie hebben bij de ademhaling of gaswisseling, zijn in deze tekening aangegeven. In de placenta vindt via laag P gaswisseling ten behoeve van het embryo plaats.
Met welk van de in tekening 2 aangegeven delen komt laag P wat betreft deze gaswisselingsfunctie overeen?
met het borstvlies
met het longvlies
met het middenrif
met de wand van een longblaasje
In het lichaam van de mens bestaat in het bloed een nauwkeurige balans voor allerlei stoffen. Deze balans is essentieel voor het goed functioneren van het lichaam. De nieren spelen bij het instandhouden van deze balans een belangrijke rol. Over de rol van de nieren worden de volgende beweringen gedaan:
1 Door de werking van de nieren is er steeds evenveel glucose in het bloed opgelost. 2 Mede door de werking van de nieren schommelt de osmotische waarde van het bloed tussen nauwe grenzen.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
geen van beide beweringen
alleen bewering 1
alleen bewering 2
beide beweringen
Omdat een patiënt bepaalde klachten heeft, laat de arts de urine van de patiënt onderzoeken op de aanwezigheid van de volgende stoffen: eiwitten, glucose, hemoglobine, keukenzout (NaCl) en ureum.
Welke van deze stoffen zal of welke zullen niet of nauwelijks worden gevonden in de urine van een gezonde persoon?
alleen eiwitten
alleen glucose
alleen hemoglobine en ureum
alleen glucose en keukenzout
alleen eiwitten, glucose en hemoglobine
eiwitten, glucose, hemoglobine, keukenzout en ureum
In de longen stroomt het bloed door de haarvaten langs het longweefsel, zodat diffusie van gassen kan plaatsvinden. De afbeelding geeft schematisch de barrière weer tussen de lucht in een longblaasje en een rode bloedcel in een longhaarvat. Uit de bron is af te leiden hoeveel membranen een zuurstofmolecuul tenminste moet passeren om vanuit de lucht in een longblaasje terecht te komen in een rode bloedcel in een longhaarvat.
Hoeveel membranen zijn dit ten minste?
één
twee
drie
meer dan drie
Een bepaald geneesmiddel tegen astma wordt door middel van een inhalator ingeademd.
Door welke eigenschap of eigenschappen van de longen wordt dit geneesmiddel na het inademen snel in het bloed opgenomen?
alleen door het grote gezamenlijke oppervlak van de longblaasjes
alleen door de grote hoeveelheid bloed die per tijdseenheid langs het longweefsel stroomt
zowel door het grote gezamenlijke oppervlak van de longblaasjes als door de grote hoeveelheid bloed die per tijdseenheid langs het longweefsel stroomt
In de afbeelding is schematisch een niereenheid van een mens weergegeven. Op plaats P bevinden zich in het bloed onder andere aminozuren, glucose, fibrinogeen (een eiwit) en ureum.
Welke van deze stoffen bevinden zich ook op plaats Q in de voorurine?
alleen aminozuren
alleen ureum
alleen aminozuren en glucose
alleen aminozuren, fibrinogeen en ureum
alleen aminozuren, glucose en ureum
alle genoemde stoffen
Een analiste heeft een aantal metingen verricht aan verschillende vloeistoffen van een proefpersoon. De vloeistoffen die ze gebruikte, waren bloedplasma, voorurine en urine. In bron 1 is de tabel met resultaten weergegeven. In bron 2 is een niereenheid weergegeven. Uit de tabel blijkt dat zich in de voorurine geen eiwitten bevinden, maar wel glucose.
Welke van de volgende verklaringen hiervoor is juist?
De cellen van het nierweefsel hebben wel glucose nodig, maar geen eiwitten.
Eiwitmoleculen zijn veel groter dan glucosemoleculen.
Eiwitten worden in de cellen van het nierweefsel opgenomen, glucose niet.
In de bron zijn twee foto's van longweefsel weergegeven. Foto 1 toont het longweefsel van een zware roker en foto 2 dat van iemand die nooit heeft gerookt. Duidelijk is te zien dat de longblaasjes van de roker zijn aangetast. Enkele andere effecten van roken zijn: 1 stillegging van de trilhaarwerking in de luchtwegen, 2 vernauwing en soms verstopping van slagadertjes, 3 binding van koolstofmono-oxide in het bloed.
Wat is het gevolg van de verminderde trilhaarwerking?
De longblaasjes gaan meer slijm vormen, waardoor benauwdheid ontstaat.
Stofdeeltjes en slijm blijven langer in de luchtwegen achter en kunnen alleen worden verwijderd door uithoesten.
Er wordt minder bloed naar de trilhaarcellen vervoerd, waardoor minder zuurstof kan worden opgenomen in het bloed.
Bij een klaplong is er sprake van een gaatje of scheurtje in het longweefsel. Dit weefsel trekt zich vervolgens door zijn elasticiteit samen. Er stroomt lucht vanuit de long in de ruimte tussen longvlies en borstvlies. Iemand die een klaplong heeft, gaat al bij geringe inspanning hijgen.
Waardoor wordt dit hijgen vooral veroorzaakt?
doordat de concentratie koolstofdioxide in het bloed hoger wordt
doordat de concentratie zuurstof in het bloed lager wordt
doordat de dissimilatie in de tussenribspieren wordt gestimuleerd
doordat de dissimilatie in de hartspier wordt gestimuleerd.
Iemand heeft een klaplong. De andere long is normaal. Tijdens de inademing wordt aan de kant van de klaplong de druk in de ruimte tussen longvlies en borstvlies vergeleken met de druk in de klaplong.
Is er tijdens de inademing een verschil in druk? Zo ja, waar is de druk het laagst?
Er is geen verschil in druk.
De druk is het laagst in de ruimte tussen longvlies en borstvlies.
De druk is het laagst in de klaplong.
In een experiment bepaalt men de gemiddelde procentuele samenstelling van droge buitenlucht, van vochtige buitenlucht, van lucht in de longblaasjes van een proefpersoon en van een liter uitgeademde lucht van deze proefpersoon.
Als droge buitenlucht wordt ingeademd, wordt deze altijd verzadigd met waterdamp. In welke van de volgende delen van de luchtwegen neemt de lucht waterdamp op?
alleen in de luchtpijp
alleen in de mondholte
alleen in de neusholte
alleen in de mondholte en de neusholte
in de neusholte, de mondholte en de luchtpijp
Nierstenen kunnen wel een paar centimeter groot worden.
Worden zulke nierstenen meestal in het nierbekken, in het niermerg of in de nierschors gevormd?
in het nierbekken
in het niermerg
in de nierschors
ADH werkt in op cellen die dit hormoon kunnen herkennen met behulp van zogenoemde ADH-receptoren.
Waar bevinden zich deze ADH-receptoren voornamelijk?
op het celmembraan van cellen in de wand van de nierader
op het celmembraan van cellen in de wand van de nierkanaaltjes
op het celmembraan van cellen in de wand van de nierkapsels
op het celmembraan van cellen in de wand van de nierslagader
O2 en CO2 verplaatsen zich zo dat het verschil in druk in de longen en het bloed(plasma) zo klein mogelijk blijft. Met welke term wordt een dergelijke verplaatsing van gasmoleculen aangegeven?
actief transport
diffusie
osmose
Waar ligt het ademcentrum?
in de grote hersenen
in de kleine hersenen
in de hersenstam
in het ruggenmerg
Het ademcentrum reguleert de werking van de spieren die bij de inademing betrokken zijn en van de spieren die bij diepe uitademing betrokken zijn.
Verlopen de impulsen vanuit het ademcentrum naar de spieren die bij de inademing betrokken zijn via motorische of sensorische zenuwvezels? Tussen ademcentrum en inademingspieren via .......1......
En de impulsen die vanuit het ademcentrum naar de spieren die bij de uitademing betrokken zijn, gaan? Tussen ademcentrum en uitademingspieren via .......2.......
In een tekening zijn de ribben (R), de tussenribspieren (2 en 3) en het middenrif (1), een peesplaat met platte spierbundels, weergegeven. Welke van de genummerde delen trekt of trekken samen bij een maximale uitademing?
alleen 1
alleen 2
alleen 3
alleen 1 en 2
alleen 1 en 3
alleen 2 en 3
De lever maakt per etmaal ongeveer 1 gram cholesterol. Daarnaast wordt cholesterol opgenomen met het voedsel. Cholesterol is een vetachtige stof die een belangrijke rol speelt bij de opbouw van celmembranen en die dient als grondstof voor de productie van bepaalde hormonen. Onder normale omstandigheden bestaat er een evenwicht tussen de hoeveelheden vet en cholesterol die door de lever wordt opgenomen en die wordt afgegeven aan het bloed. Het hormoon insuline heeft invloed op dit evenwicht. Het evenwicht kan verstoord raken, bijvoorbeeld wanneer de voeding een te grote hoeveelheid verzadigde vetten bevat, of wanneer iemand een aandoening heeft, zoals suikerziekte. Cholesterol wordt in het bloed getransporteerd, gebonden in LDL of in HDL. Het LDLcholesterol kan zich in de wand van bloedvaten ophopen en heet daarom ook wel het 'slechte' cholesterol. HDL kan cholesterol uit de vaatwand opnemen en naar de lever terug vervoeren. HDL-cholesterol heet het 'goede' cholesterol.
In het lichaam wordt hemoglobine van 'versleten' rode bloedcellen afgebroken. Uit het niet-eiwitdeel van hemoglobine wordt ijzer onttrokken; wat overblijft wordt bilirubine, een geelbruine stof die in de lever verder wordt verwerkt. Het eiwitdeel kan door de lever worden afgebroken tot ureum. Langs welke weg verlaten de afbraakproducten van hemoglobine het lichaam?
bilirubine voornamelijk via de darm en ureum via de nieren
bilirubine voornamelijk via de nieren en ureum via de darm
zowel bilirubine als ureum alleen via de darm
zowel bilirubine als ureum alleen via de nieren
Verkoudheid is een virusinfectie van de bovenste luchtwegen die o.a. gepaard gaat met extra slijmproductie. De extra slijmproductie belemmert de ademhaling. Met niezen en hoesten kun je proberen de luchtwegen weer open te krijgen. Als je te vaak of te intensief hoest, kun je spierpijn krijgen.