
In enkele IJsselmeerpolders zijn experimenten gedaan om de randen van akkers niet langer te bespuiten met bestrijdingsmiddelen. In plaats daarvan werden deze randen verbreed, ingezaaid met wilde planten en werden ze verder niet meer bewerkt. De rest van de akker werd normaal bewerkt. Daarop werd geploegd, ingezaaid, geoogst en zo nodig gespoten met bestrijdingsmiddelen. Na de nieuwe behandeling van de randen van de akkers zagen de boeren in de loop van de jaren een toename van het aantal veldmuizen, patrijzen, torenvalken en kerkuilen.
De volgende uitspraken worden gedaan om de toename van het aantal patrijzen en veldmuizen in de nieuwe situatie te verklaren:
1 De patrijzen en veldmuizen hebben nu meer en/of gevarieerder voedsel.
2 Bij de patrijzen en veldmuizen treedt nu geen accumulatie van bestrijdingsmiddelen meer op.
3 De patrijzen en veldmuizen hebben nu meer beschutting.
Welke uitspraak kan of welke uitspraken kunnen de toename van de patrijzen en veldmuizen verklaren?