De bron geeft een horizontale doorsnede door het linker oog van de mens weer. In ogen van de mens kunnen de volgende afwijkingen voorkomen: 1 de afstand tussen lens en netvlies is te groot, 3 de elasticiteit van de lens is te gering, 2 het hoornvlies is te bol. Elk van deze afwijkingen kan er de oorzaak van zijn dat men niet op alle afstanden scherp ziet.
Welke van deze afwijkingen kan of welke kunnen met behulp van een bril zodanig worden gecorrigeerd dat men wel scherp kan zien?
alleen de afwijkingen 1 en 2
alleen de afwijkingen 1 en 3
alleen de afwijkingen 2 en 3
de afwijkingen 1, 2 en 3
Enkele beweringen over kegeltjes en staafjes in de ogen van de mens zijn:
1 zowel kegeltjes als staafjes bevatten lichtgevoelig pigment, 2 de prikkeldrempel van een staafje is afhankelijk van het aantal schakelcellen waarmee het is verbonden, 3 in de schemering wordt de prikkeldrempel van kegeltjes eerder overschreden dan die van staafjes.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
alleen bewering 1
alleen de beweringen 1 en 2
alleen de beweringen 1 en 3
de beweringen 1, 2 en 3
In het netvlies van een oog van de mens bevinden zich kegeltjes en staafjes. Elk kegeltje is apart verbonden met één sensorische zenuwcel, terwijl meerdere staafjes samen met één sensorische zenuwcel verbonden zijn. Over de gevolgen van dit verschil in schakeling worden de volgende beweringen gedaan. 1 Door dit verschil in schakeling is de scherpte van het beeld dat met de staafjes wordt waargenomen, groter dan de scherpte van het beeld dat met de kegeltjes wordt waargenomen. 2 Door dit verschil in schakeling kan met de kegeltjes kleur worden waargenomen en met de staafjes niet.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
De beweringen 1 en 2 zijn geen van beide juist.
Alleen bewering 1 is juist.
Alleen bewering 2 is juist.
De beweringen 1 en 2 zijn beide juist.
De afbeelding toont twee portretten van dezelfde persoon. Op de kop afgedrukt lijken de portretten sterk op elkaar en nemen we "normale" beelden waar. Als we het papier nu omdraaien, ontstaat een heel vreemd effect en blijken de portretten geheel verschillend te zijn.
Vier lichaamsdelen die bij dit waarnemen een rol spelen, zijn: de grote hersenen, de kleine hersenen, de kruising van de oogzenuwen en de zintuigcellen van het netvlies van de ogen. Door de werking van welk van de genoemde delen nemen wij eerst een grote gelijkenis waar en na omdraaien van het papier een groot verschil?
door de grote hersenen
door de kleine hersenen
door de kruising van de oogzenuwen
door de zintuigcellen van het netvlies
Een proefpersoon bevindt zich in een helder en gelijkmatig verlichte ruimte. Hij kijkt met zijn linker oog naar een groene ballon op 10 meter afstand (ballon 2 in bron 1). Op 10 meter bevinden zich nog twee ballonnen van hetzelfde type en dezelfde kleur. Ook deze ballonnen ziet hij met het linker oog (de ballonnen 1 en 3 in bron 1). Gedurende het experiment houdt de proefpersoon het rechteroog gesloten. Hij blijft steeds naar ballon 2 kijken. De verlichtingssterkte wordt langzaam verminderd, waardoor hij de ballonnen tenslotte niet meer ziet.
Worden bij afnemende verlichtingssterkte de ballonnen tegelijkertijd onzichtbaar voor de proefpersoon? Zo niet, welke ballon wordt dan het eerst onzichtbaar?
ja
nee, eerst wordt ballon 1 onzichtbaar
nee, eerst wordt ballon 2 onzichtbaar
nee, eerst wordt ballon 3 onzichtbaar
Iemand wordt 's morgens vroeg wakker in zijn donkere slaapkamer. Hij doet het licht aan, terwijl hij nog slaperig voor zich uit staart. Over de veranderingen in de pupillen van zijn ogen in deze situatie worden vier beweringen gedaan. 1 De kringspieren in de irissen van zijn ogen trekken samen. 2 De kringspieren in de straalvormige lichamen van zijn ogen ontspannen. 3 De straalsgewijs verlopende spieren in de irissen van zijn ogen trekken samen. 4 De straalsgewijs verlopende spieren in de straalvormige lichamen van zijn ogen trekken samen.
Welke van deze beweringen is juist?
1
2
3
4
In de afbeelding is schematisch een microscopisch beeld van een deel van het netvlies van een oog van de mens getekend. Drie zijden van de tekening zijn met de letters P, Q en R aangegeven. Verschillende delen van de tekening zijn met cijfers aangegeven. Valt in de natuurlijke situatie in een oog het licht van kant P, van kant Q of van kant R op het netvlies?
van kant P
van kant Q
van kant R
Een persoon is zwaar neusverkouden en kan daardoor niet goed proeven wat hij eet. Hij bedenkt hiervoor de volgende verklaringen: 1 de prikkeldrempel van de smaak- en reukreceptoren is door de verkoudheid sterk verlaagd, 2 de smaakreceptoren zijn door de verkoudheid met slijm bedekt, 3 de reukreceptoren functioneren niet goed doordat ze bedekt zijn met slijm.
Welke van deze verklaringen is of welke zijn juist?
alleen verklaring 1
alleen verklaring 2
alleen verklaring 3
de verklaringen 1 en 3
Als binnenshuis een foto gemaakt wordt met gebruik van een flitser, hebben de mensen op de afdruk vaak rode ogen. Het rood van de ogen op de foto is het gevolg van de terugkaatsing van het flitslicht tegen de binnenzijde van de ogen. De bron geeft schematisch weer hoe een doorgesneden oog er van binnen uitziet.
Door welk van de aangegeven delen wordt de rode kleur van het weerkaatste licht veroorzaakt?
door de bloedvaten die tegen het netvlies aanliggen
door de iris
door de pigmentlaag
door het harde oogvlies
door het hoornvlies
De ziekte van Alzheimer is een vorm van ouderdoms-dementie. Amerikaanse onderzoekers hebben onlangs een test beschreven waarmee de ziekte van Alzheimer kan worden vastgesteld. Ze druppelen tropicamide in een oog van de te onderzoeken persoon. Bij Alzheimer-patiënten leidt dit tot een aanzienlijk grotere verwijding van de pupil dan bij andere mensen. Tropicamide wordt gewoonlijk toegepast door oogartsen die via de pupil het netvlies willen bekijken. De wijdte van de pupil wordt geregeld via de pupilreflex.
Waardoor wordt de pupil verwijd?
door het samentrekken van de kringspier in de iris
door het samentrekken van de kringspier in het straalvormig lichaam
door het samentrekken van de straalsgewijs verlopende spier in de iris
Welke prikkel leidt onder normale omstandigheden tot het verwijden van de pupil?
een onscherp beeld in de iris
een onscherp beeld op het netvlies
te weinig licht op de iris
te weinig licht op het netvlies
Bij een bepaalde vorm van staar treedt een troebeling van de ooglens op. Als gevolg hiervan neemt het gezichtsvermogen af en kan op den duur zelfs geheel verdwijnen. Bij een patiënt met staar worden door een operatie de troebele ooglenzen verwijderd. Er worden geen nieuwe lenzen geplaatst en de patiënt is voor zijn verdere leven verziend. Twee leerlingen doen de volgende beweringen over een dergelijke staarpatiënt met verziendheid: Leerling 1: "Bij verwijdering van de ooglens verdwijnt het accommodatievermogen, daardoor is deze patiënt verziend". Leerling 2: "Als deze patiënt naar een voorwerp dichtbij kijkt, bijvoorbeeld op 40 cm afstand, wordt het beeld vóór het netvlies gevormd omdat de beeldafstand kleiner wordt".
Welk van deze leerlingen doet of welke doen een juiste bewering?
geen van beide leerlingen
alleen leerling 1
alleen leerling 2
zowel leerling 1 als leerling 2
Een persoon kijkt 's nachts naar de sterren. Op een gegeven ogenblik ziet hij een lichtzwakke ster. Als hij probeert hiervan een duidelijk beeld te krijgen, ziet hij opeens de ster niet meer. De ster wordt voor hem onzichtbaar doordat in beide ogen het beeld van de ster:
op de gele vlek valt waar alleen kegeltjes voorkomen
op de gele vlek valt waar alleen staafjes voorkomen
naast de gele vlek valt op een plaats waar alleen kegeltjes voorkomen
naast de gele vlek valt waar alleen staafjes voorkomen
Oudere mensen kunnen dikwijls alleen wanneer ze de krant met gestrekte armen voor zich houden, deze zonder bril lezen.
Welke van de genoemde veranderingen kan daarvan de oorzaak zijn?
het troebel worden van het hoornvlies
het troebel worden van de lens
het verminderen van de elasticiteit van de lens
het groter worden van de afstand tussen netvlies en lens
Bij het kijken naar een voorwerp komt het beeld van dat voorwerp omgekeerd op het netvlies. Toch ervaren wij dit beeld als rechtopstaand.
Dit komt doordat een "correctie" optreedt
in de zintuigcellen van het netvlies
in iedere oogzenuw afzonderlijk
bij de overkruising van de oogzenuwen
in het gezichtscentrum van de hersenen
Bij oogonderzoek wordt wel eens gebruik gemaakt van stoffen waardoor pupilverwijdering optreedt. Door de stoffen worden bepaalde spieren tijdelijk verlamd.
Welke spieren zijn tijdelijk verlamd, waardoor deze pupilverwijdering optreedt?
de oogspieren
de kringspieren in de iris
de spieren in het straalvormig lichaam
de straalsgewijs verlopende spieren in de iris
Impulsen via de oogzenuw worden als licht en niet als geluid geinterpreteerd. Dit verschijnsel berust op de
impulsfrequentie in de axonen
mate van de polarisering tijdens de actiepotentiaal
chemische eigenschappen van de neurotransmitters in de tussenliggende synapsen
plaats in de hersenschors van de sensibele neuronen
Kunnen niet-adequate prikkels in een zintuigcel impulsen opwekken?
Zo ja, in welke gevallen?
Nee
Ja, niet-adequate prikkels wekken alleen impulsen op als ze zeer zwak zijn
Ja, niet-adequate prikkels wekken alleen impulsen op als ze zeer sterk zijn
Ja, niet-adequate prikkels wekken alleen impulsen op als de prikkelsterkte gelijk is aan die van adequate prikkels
Bij het ouder worden van de mens begint het accommodatievermogen van de ogen te verminderen.
1) Kunnen de ooglenzen dan niet meer voldoende afgeplat of niet meer voldoende bol worden? 2) Is een bril met een positieve of negatieve glazen nodig om dit te corrigeren?
niet voldoende afgeplat, positieve glazen
niet voldoende afgeplat, negatieve glazen
niet voldoende bol worden, positieve glazen
niet voldoende bol worden, negatieve glazen
Als gevolg van een bepaalde prikkel vernauwt de pupil in een oog van de mens zich.
Liggen de zintuigcellen die door deze prikkel impulsen opwekken in de iris of in het netvlies? Verlopen de impulsen die tot vernauwing leiden via het gezichtscentrum in de grote hersenen of via de hersenstam?
iris / gezichtscentrum
iris / hersenstam
netvlies / gezichtscentrum
netvlies / hersenstam
In het diagram is de verdeling van de staafjes en de kegeltjes over het netvlies van het linkeroog van de mens weergegeven.
Welk of welke uitspraken is of zijn juist?
Bij een vlieg wordt het verband bepaald tussen de concentratie van bepaalde geurstoffen en de gemiddelde impulsfrequentie in een zenuw die verbonden is met een reukzintuig. De resultaten zijn weergegeven in het diagram
Voor welke van de 4 onderzochte stoffen is de drempelwaarde van het reukzintuig het laagst?
stof 1
stof 2
stof 3
stof 4
Welke van de volgende beweringen over de oogvliezen is juist?
het harde oogvlies gaat aan de voorkant van het oog over in het regenboogvlies
het hoornvlies is de doorzichtige voorzijde van het harde oogvlies
de iris is het gekleurde deel van het netvlies
de pupil is een opening in het hoornvlies
Een bepaalde lichtstraal valt op een lichtgevoelige cel in een oog van de mens. Welke delen van het oog passeert deze lichtstraal achtereenvolgens?
Iemand kijkt met een 1 oog naar het midden van een zwarte schijf met een diameter van 50 cm. Deze schijf staat tegen een lichte achtergrond. De afstand van het oog tot de schijf bedraagt 20 cm. De schijf wordt nu langzaam van het oog verwijderd tot op een afstand van 10 meter.
1) Wordt het beeld van de schijf op het netvlies groter of kleiner? 2) Op welke wijze past de pupil zich aan bij de nieuwe situatie?
1) groter 2) groter
1) groter 2) kleiner
1) kleiner 2) groter
1) kleiner 2) kleiner
Iemand is schorsblind als
het netvlies van het oog zo ernstig beschadigd is dat het geen lichtprikkels meer kan opvangen
de oogzenuwen door een ongeval niet meer functioneren, hoewel er aan de ogen zelf niets mankeert
het hoornvlies troebel is geworden
het primaire gezichtscentrum van de hersenen is uitgeschakeld
Lichtstralen die ons oog binnenkomen worden gebroken. Er treedt breking van licht op door
het hoornvlies en door de pupil
uitsluitend de ooglens
het hoornvlies en door de ooglens
de ooglens en door het netvlies
Welke bewering is onjuist?
de lens is opgehangenaan een kringspier, die weer aan een aantal straalsgewijze spieren is bevestigd
het traanvocht komt tenslotte in de neus terecht
in het oog vinden we het glasachtig lichaam
de oogleden dienen onder andere voor het tegenhouden van vuil
Een proefpersoon kijkt enige tijd naar een rood vierkant tegen een witte achtergrond. Hierna kijkt hij naar alleen een wit oppervalk en neemt een groen-blauw vierkant tegen een witte achtergrond waar.
Welke verklaring voor het optreden van dit effect is juist?
de kegeltjes voor rood licht zijn vermoeid en werken niet meer
de kegeltjes voor groen en blauw licht zijn minder snel vermoeid dan die voor rood licht
alle kegeltjes zijn vermoeid en de proefpersoon gaat meer met de staafjes kijken
de staafjes zijn vermoeid doordat een deel van het staafjesrood is omgezet
Welke van de genoemde onderdelen ontbreken in het midden van de gele vlek?
1 en 2
1 en 3
2 en 4
3 en 4
Kunstlenzen
Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen. Staar is een oogafwijking die bij de mens veroorzaakt kan worden door troebeling van de ooglens. Deze afwijking kan men verhelpen door de troebele lens te verwijderen en deze te vervangen door een kunstlens. Daarvoor wordt vaak een zogeheten bifocale kunstlens gebruikt: een lens die in het midden een sterkere bolling heeft dan aan de randen. Bij bepaalde verlichtingssterkten kan de werking van dit type kunstlens echter niet die van een natuurlijke ooglens evenaren. Iemand heeft in beide ogen een bifocale kunstlens. Hij staat op een zonnige dag in zijn tuin en kijkt naar een boom op tien meter afstand.
Ziet hij op dat moment de boom minder scherp, even scherp of scherper dan iemand met normale lenzen?
minder scherp
even scherp
scherper
In de afbeelding is schematisch een microscopisch beeld van een deel van het netvlies van een oog getekend. Drie zijden van de tekening zijn met de letters P, Q en R aangegeven.
Valt in de natuurlijke situatie in een oog het licht van kant P, van kant Q of van kant R op het netvlies?
P
Q
R
Enkele beweringen over kegeltjes en staafjes in de ogen van de mens zijn:
1) zowel kegeltjes als staafjes bevatten lichtgevoelig pigment, 2) de prikkeldrempel van een staafje is afhankelijk van het aantal schakelcellen waarmee het is verbonden, 3) in de schemering wordt de prikkeldrempel van kegeltjes eerder overschreden dan die van staafjes.