In de bron is de hormonale regulatie van de hypothalamus (Ht) (een deel van de hersenstam), de hypofyse (H) en de schildklier (S) schematisch weergegeven. SSH is schildklierstimulerend hormoon en SSH-RH is een stof (een 'releasing'-hormoon) die de hypofyse aanzet tot het afgeven van SSH. Wat is de (biologische) term voor de hormonale regeling zoals die door de pijlen 1 en 2 in bron 1 wordt aangegeven?
Wanneer iemand staat, kan een geringe beweging tot gevolg hebben dat het lichaam iets naar voren helt. Dan worden de kuitspieren, die aan de achterkant van de onderbenen liggen, iets uitgerekt. Deze uitrekking veroorzaakt een reflex die leidt tot het samentrekken van deze kuitspieren. Hierdoor wordt de oorspronkelijke houding van het lichaam hersteld. Deze reflex heet de kuitspierreflex.
Verloopt de reflexboog van de kuitspierreflex via de hersenstam, het ruggenmerg of de grote hersenen?
via de hersenstam
via het ruggenmerg
via de grote hersenen
Vijf delen van de reflexboog van de kuitspierreflex zijn: 1 een motorische zenuwcel, 2 een schakelcel, 3 een sensorische zenuwcel, 4 een spier, 5 een spierzintuig.
In welke volgorde zijn deze delen bij het optreden van de kuitspierreflex betrokken?
4 - 1 - 2 - 3 - 5
5 - 1 - 3 - 2 - 4
5 - 3 - 2 - 1 - 4
Behoort de motorische zenuwcel in een reflexboog tot het animale zenuwstelsel, tot het orthosympatische of tot het parasympatische deel van het autonome zenuwstelsel?
tot het animale zenuwstelsel
tot het orthosympatische deel van het autonome zenuwstelsel
tot het parasympatische deel van het autonome zenuwstelsel
In de afbeelding is schematisch weergegeven wat er in de lever van de mens kan gebeuren met glucose die in de dunne darm uit het voedsel wordt opgenomen. Welke van de processen 1, 2, 3 en 4 worden door glucagon bevorderd?
de processen 1 en 3
de processen 1 en 4
de processen 2 en 3
de processen 2 en 4
Bij sommige amfibieën wordt de gedaanteverwisseling onder natuurlijke omstandigheden niet volledig doorlopen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de axolotl, een salamander uit Mexico. De axolotl blijft onder natuurlijke omstandigheden gedurende zijn hele leven een waterdier met kieuwen. Toch is het gelukt om axolotls een volledige gedaanteverwisseling te laten doormaken. Daartoe wordt aan een axolotl met kieuwen een bepaald hormoon toegediend, dat ook bij de mens voorkomt. Bekend is dat bij andere amfibiesoorten de gedaanteverwisseling onderdrukt kan worden door een bepaald deel van de hypofyse uit te schakelen. Ten gevolge hiervan wordt onder andere de vorming van een bepaald hormoon uitgeschakeld. Dit hormoon komt ook bij de mens voor en de vorming daarvan komt in hoge mate overeen met die bij amfibieën.
Welk hormoon bevordert een volledige gedaanteverwisseling bij een axolotl?
adrenaline
glucagon
insuline
thyroxine
De bron geeft schematisch een doorsnee van het ruggenmerg van de mens weer met enkele zenuwcellen. Uitlopers van deze zenuwcellen vormen verbindingen tussen het ruggenmerg en een bovenarm. Vier zenuwceluitlopers zijn met cijfers aangegeven. Welke van de aangegeven uitlopers zijn uitlopers van motorische zenuwcellen?
alleen de zenuwceluitlopers 1 en 2
alleen de zenuwceluitlopers 2 en 3
alleen de zenuwceluitlopers 3 en 4
de zenuwceluitlopers 1, 2, 3 en 4
Tijdens een voetbalwedstrijd wordt een strafschop genomen. Degene die de strafschop neemt, maakt een beweging naar links, maar de bal komt rechts terecht. De keeper duikt naar de goede hoek en stopt de bal.
Via welke delen van het centrale zenuwstelsel verlopen impulsen bij de speler die de strafschop neemt?
alleen via het ruggenmerg
alleen via de grote hersenen, de kleine hersenen en het ruggenmerg
via de grote hersenen, de hersenstam, de kleine hersenen en het ruggenmerg
Verlopen bij de keeper tijdens het stoppen van de bal impulsen in motorische centra van zijn grote hersenen, in sensorische centra of in beide typen centra?
alleen in motorische centra
alleen in sensorische centra
zowel in motorische als in sensorische centra
Bevinden de motorische centra zich in het merg of in de schors van de grote hersenen? En de sensorische centra?
Zowel de motorische als de sensorische centra bevinden zich in het merg.
Zowel de motorische als de sensorische centra bevinden zich in de schors.
De motorische centra bevinden zich in het merg, de sensorische centra in de schors.
In het zenuwstelsel van de mens komen onder andere de drie typen zenuwcellen voor die in de afbeelding zijn weergegeven. Deze typen zenuwcellen zijn betrokken bij een reflex. In welke volgorde doorlopen impulsen tijdens deze reflex deze typen zenuwcellen?
1 - 2 - 3
1 - 3 - 2
2 - 1 - 3
2 - 3 - 1
In het lichaam van de mens vinden onder andere de volgende processen plaats: 1 pupilreflex, 2 ademhaling tijdens de slaap, 3 constant houden van het glucosegehalte van het bloed.
Bij welk van deze processen speelt de hersenstam een belangrijke rol?
alleen bij proces 1
alleen bij proces 3
alleen bij de processen 1 en 2
bij de processen 1, 2 en 3
Welk van de hormonen ADH, LH en thyroxine heeft rechtstreeks invloed op de mate van terugresorptie van water?
ADH
LH
thyroxine
Van welk deel of van welke delen van het autonome zenuwstelsel neemt de activiteit tijdens de warming-up toe?
alleen van het orthosympatische deel van het autonome zenuwstelsel
alleen van het parasympatische deel van het autonome zenuwstelsel
zowel van het orthosympatische deel als van het parasympathische deel van het autonome zenuwstelsel
Ondanks de adviezen over warming-up, krijgt iemand een blessure waarbij een spier scheurt. De blessure wordt door de verzorger direct met ijs gekoeld. Beïnvloedt dit koelen de frequentie van impulsen vanuit de gescheurde spier naar de hersenen? Zo ja, is deze impulsfrequentie lager of hoger dan zonder koeling?
Nee, dit beïnvloedt de impulsfrequentie niet.
Ja, de impulsfrequentie is lager dan zonder koeling.
Ja, de impulsfrequentie is hoger dan zonder koeling.
De mens heeft onder andere de volgende organen 1 schildklier, 2 alvleesklier, 3 speekselklier, 4 hypofyse, 5 testis.
Welke van deze organen geven uitsluitend producten aan het bloed en/of de weefselvloeistof af?
orgaan 1 en orgaan 4
orgaan 2 en orgaan 4
de organen 1, 3 en 5
de organen 2, 3 en 5
De bron geeft schematisch een motorische zenuwcel weer die is verbonden met een schakelcel en met drie spiervezels. Enkele verbindingsplaatsen zijn met cijfers aangegeven. De schakelcel wordt op plaats P kunstmatig geprikkeld, waardoor impulsen ontstaan en alle drie de spiervezels zich samentrekken.
Op welke van de aangegeven verbindingsplaatsen wordt als gevolg van deze prikkeling een stof afgegeven die de overdracht van impulsen mogelijk maakt?
alleen op plaats 1
alleen op plaats 3
alleen op plaats 2, plaats 3 en plaats 4
op de plaatsen 1, 2, 3 en 4
Wordt de doorbloeding van de spijsverteringsorganen geregeld door het animale zenuwstelsel, door het autonome zenuwstelsel of door beide?
alleen door het animale zenuwstelsel
alleen door het autonome zenuwstelsel
zowel door het animale als door het autonome zenuwstelsel
Als een hond aan het eten is, vindt er onder andere door prikkeling van het slijmvlies in de bek afscheiding van speeksel plaats. Deze afscheiding van speeksel gebeurt door een onvoorwaardelijke reflex. Bij een hond die gedurende enige tijd alleen gevoerd wordt nadat er een bel rinkelt, blijkt de speekselafscheiding alleen al door de rinkelende bel op gang gebracht te worden, ook al krijgt het dier daarna geen eten. Dit is een voorwaardelijke reflex.
Welk deel van het centrale zenuwstelsel geleidt zeker impulsen bij de hierboven genoemde voorwaardelijke reflex en waarschijnlijk niet bij de hierboven genoemde onvoorwaardelijke reflex?
de grote hersenen
de hersenstam
de kleine hersenen
het ruggenmerg
Een dwarsgestreepte spier is opgebouwd uit spiervezels. De spiervezels in een spier zijn gerangschikt in groepen. Elke groep is aangesloten op uitlopers van één zenuwcel. Een dergelijke groep spiervezels vormt samen met deze zenuwcel een motorische eenheid. Enkele beweringen over dwarsgestreept spierweefsel zijn: 1 In een spier die zich in het lichaam gedeeltelijk samentrekt, zijn alle spiervezels gedeeltelijk samengetrokken. 2 Een spiervezel die ontspannen is, verbruikt geen energie. 3 Een motorische eenheid heeft als geheel een prikkeldrempel.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
alleen 1
alleen 2
alleen 3
alleen 1 en 3
alleen 2 en 3
1, 2 en 3
In een tekst staat dat de keeper na de snoekduik op de grond valt zonder zich te bezeren. Spelen hierbij reflexen die via het ruggenmerg verlopen een rol? En spelen hierbij impulsen die via de kleine hersenen verlopen een rol?
alleen reflexen die via het ruggenmerg verlopen
alleen impulsen die via de kleine hersenen verlopen
zowel reflexen die via het ruggenmerg verlopen als impulsen die via de kleine hersenen verlopen
Na het hardlopen gaat de man thuis bij de televisie zitten en valt in slaap. Heeft één van de beide delen van het autonome zenuwstelsel tijdens het slapen een grotere invloed op het functioneren van het ademhalingsstelsel en het bloedvatenstelsel dan tijdens het trimmen?
Nee, de invloed van beide delen is tijdens het slapen en tijdens het trimmen gelijk.
Ja, tijdens het slapen heeft het orthosympathische deel een grotere invloed.
Ja, tijdens het slapen heeft het parasympathische deel een grotere invloed.
In Nederland zijn bakkers verplicht om in brood zout te verwerken waaraan jood is toegevoegd. Het element jood is een onmisbaar bestanddeel van het molecuul waaruit het hormoon thyroxine bestaat. Bij een tekort aan jood wordt de schildklier groter dan normaal; men spreekt dan van een kropgezwel (struma).
Wat is de invloed van een gebrek aan jood op de hoeveelheid thyroxine? De hoeveelheid thyroxine .....1...... En wat is het effect op de hoeveelheid TSH? De heoveelheid TSH .......2.......
1 = neemt toe / 2 = neemt toe
1 = neemt toe / 2 = neemt af
1 = neemt af / 2 = neemt toe
1 = neemt af / 2 = neemt af
Als iemand tegen je praat vinden op dat moment, als gevolg daarvan, veranderingen plaats in het centrum van Wernicke. Hierover worden drie beweringen gedaan. 1 Het aantal synapsen tussen zenuwcellen neemt daar dan toe. 2 Het aantal impulsen per tijdseenheid neemt daar dan toe. 3 Het verbruik van glucose in de zenuwcellen neemt daar dan toe. Welke van deze beweringen is of zijn juist?
alleen 1
alleen 2
alleen 3
alleen 1 en 2
alleen 2 en 3
1, 2 en 3
Rond 300 voor Christus bestond in Alexandrië, een plaats aan de Middellandse Zee, een bloeiend wetenschappelijk centrum. Bekende geleerden uit deze zogenaamde Alexandrijnse school zijn Herophilus en Erasistratus. Zij bestudeerden onder andere de bouw en werking van het menselijk lichaam. Herophilus onderzocht hersenen en zenuwen. Hij zag dat sommige beschadigingen van zenuwen leidden tot verlamming, andere tot gevoelloosheid. Tegenwoordig maken we onderscheid tussen sensorische en motorische zenuwcellen en schakelcellen.
Welke van deze typen zenuwcellen komen voor in de zenuwen die Herophilus heeft gezien?
alleen motorische zenuwcellen en schakelcellen
alleen motorische zenuwcellen en sensorische zenuwcellen
alleen schakelcellen en sensorische zenuwcellen
motorische zenuwcellen, schakelcellen en sensorische zenuwcellen
Als iemand tegen je praat vinden op dat moment, als gevolg daarvan, veranderingen plaats in het centrum van Wernicke. Hierover worden drie beweringen gedaan. 1 Het aantal synapsen tussen zenuwcellen neemt daar dan toe. 2 Het aantal impulsen per tijdseenheid neemt daar dan toe. 3 Het verbruik van glucose in de zenuwcellen neemt daar dan toe.
Welke van deze beweringen is of zijn juist?
alleen 1
alleen 2
alleen 3
alleen 1 en 2
alleen 2 en 3
1, 2 en 3
Rond 300 voor Christus bestond in Alexandrië, een plaats aan de Middellandse Zee, een bloeiend wetenschappelijk centrum. Bekende geleerden uit deze zogenaamde Alexandrijnse school zijn Herophilus en Erasistratus. Zij bestudeerden onder andere de bouw en werking van het menselijk lichaam. Herophilus onderzocht hersenen en zenuwen. Hij zag dat sommige beschadigingen van zenuwen leidden tot verlamming, andere tot gevoelloosheid. Tegenwoordig maken we onderscheid tussen sensorische en motorische zenuwcellen en schakelcellen. Welke van deze typen zenuwcellen komen voor in de zenuwen die Herophilus heeft gezien?
alleen motorische zenuwcellen en schakelcellen
alleen motorische zenuwcellen en sensorische zenuwcellen
alleen schakelcellen en sensorische zenuwcellen
motorische zenuwcellen, schakelcellen en sensorische zenuwcellen
Snurken ontstaat doordat er lucht tijdens de slaap wordt aangezogen via een sterk verslapte luchtweg. Daarbij klapperen de zachte delen in de mond- en keelholte (gehemelte, tongbasis), waardoor het zagende geluid ontstaat. Bij sommige hevige snurkers kunnen de ademhalingswegen zelfs even geblokkeerd raken. Het duurt vaak meer dan tien seconden voordat de ademhalingsweg, door herstel van de spierspanning, weer opengaat. De snurker wordt hierbij vaak bijna wakker, zuigt weer lucht in zijn longen en herstelt zijn slaap- en snurkritme tot de volgende ademhalingsstop. Vooral bij snurkers bij wie de ademhaling telkens even geblokkeerd raakt, lijkt er een verband te bestaan tussen snurken en hoge bloeddruk. Zowel hoge bloeddruk als snurken komen veel voor bij mensen met overgewicht. Een apparaatje dat het snurken mogelijk vermindert, is de zogenoemde 'snoozer'. De snoozer wordt onder het hoofdkussen geplaatst en produceert, na drie opeenvolgende snurkgeluiden, trillingen, die door de huid worden waargenomen en die ongeveer twee seconden aanhouden. Zij sporen de snurker aan om van houding te veranderen. Een zijligging vermindert de kans op snurken.
Op de regulatie van de adembewegingen hebben zowel het CO2-gehalte als het O2-gehalte van het bloed invloed. Na blokkering van de ademhalingswegen vinden processen plaats waardoor het ademritme weer hersteld wordt. Hieronder staat een aantal zinnen over dit herstel. 1 Vanuit de hersenstam gaan impulsen via motorische zenuwen naar de buikwandspieren die zich vervolgens samentrekken. 2 Impulsen bereiken het ademcentrum in de hersenstam. 3 Zintuigjes worden geprikkeld, zodat impulsen in sensorische zenuwen ontstaan. 4 Door blokkering van de luchtwegen neemt het CO2} gehalte van het bloed toe, waardoor het bloed zuurder wordt. 5 Impulsen arriveren in de grote hersenen en worden van daaruit doorgegeven aan de hersenstam. 6 Vanuit de hersenstam gaan impulsen via motorische zenuwen naar de middenrifspieren die zich vervolgens samentrekken.
Welke van de gebeurtenissen, beschreven in bovenstaande zinnen, vinden plaats bij het herstellen van het ademritme bij snurkenden en in welke volgorde gebeurt dat?
2 - 3 - 4 - 1
3 - 2 - 5 - 6
3 - 4 - 1 - 5
4 - 2 - 5 - 1
4 - 3 - 2 - 6
4 - 3 - 5 - 6
Het hormoon ADH wordt gemaakt in de hypothalamus en aan het bloed afgegeven in de hypofyse. Door welk proces komt dit hormoon vanuit de hypofyse in het bloed terecht?
door actief transport
door osmose
door terugresorptie
door ultrafiltratie
Een kat ligt rustig in de zon. Plotseling ziet ze een hond, komt overeind, zet een dikke staart op en kromt haar rug. De hond reageert hierop door te blaffen en door zijn tanden te laten zien. Het gehalte aan adrenaline in het bloed van beide dieren zal door deze gebeurtenissen veranderen. Bij de hond en de kat wordt de afgifte van adrenaline op overeenkomstige wijze geregeld als bij de mens.
In welk bloedvat zal de adrenalineconcentratie het eerst veranderen?
in de bijnierader
in de bijnierslagader
in de nierader
in de nierslagader
Als jonge zebravinken slapen, repeteren zij het gezang dat zij, als ze wakker zijn, van hun ouders horen. Zo leggen zij deze klanken in hun hersenen vast. Dit concluderen onderzoekers van de Universiteit van Chicago na proeven met zebravinken. De onderzoekers observeerden de activiteit in het hersendeel van de zebravinken dat betrokken is bij hun zang. Overdag vertoonden de neuronen in dit gebied een regelmatige, relatief zwakke activiteit. Tijdens de slaap waren echter plotseling uitbarstingen van grote activiteit waar te nemen van dezelfde neuronen.
In welk deel van de hersenen leggen de jonge zebravinken het gezang dat zij van hun ouders hebben gehoord, vast?
in de grote hersenen
in de hersenstam
in de kleine hersenen
"Zebravink oefent zang tijdens slaap" Wat hebben de onderzoekers bij metingen aan de neuronen waargenomen tijdens uitbarstingen van grote activiteit?
toename van de impulsfrequentie
toename van de impulssterkte
toename van het aantal synapsen toename van het aantal uitlopers
Bij jeugddiabetes valt het afweersysteem van de patiënt de eigen zogeheten bètacellen van de eilandjes van Langerhans aan. Deze cellen, die het hormoon insuline produceren, sterven langzaam af. Hierdoor kan de glucoseconcentratie te veel gaan schommelen. Om de effecten daarvan tegen te gaan zijn insuline-injecties noodzakelijk. Op den duur kunnen de bloedvaten aangetast worden, wat onder andere complicaties kan geven voor de nieren. Dit maakt dialyse en niertransplantatie noodzakelijk. Een van de problemen na transplantatie is dat de donornieren naderhand ook weer achteruitgaan door de diabetes. Daarom wordt bij diabetespatiënten een niertransplantatie sinds 1986 gecombineerd met een alvleeskliertransplantatie. In de meeste gevallen zijn de patiënten dan niet meer afhankelijk van insuline-injecties en dialyse. Een aantal van de patiënten verliest echter na enige tijd de alvleesklier doordat het lichaam het vreemde orgaan afstoot. Deze patiënten waren beter af geweest als alleen de eilandjes van Langerhans getransplanteerd waren. De eilandjes van Langerhans maken namelijk slechts één procent uit van het totale gewicht van de alvleesklier. Bij een transplantatie van de gehele alvleesklier wordt dus in feite 99 procent teveel getransplanteerd. Het isoleren van de eilandjes van Langerhans gebeurt met verteringsenzymen die de eilandjes losmaken van het omringende alvleesklierweefsel. Daarna worden ze gezuiverd en ten slotte onder plaatselijke verdoving in de poortader geïnjecteerd. Ze blijven steken in de kleine bloedvaten van de lever. Hebben ze zich daar eenmaal genesteld, dan kunnen ze insuline afgeven aan het bloed.
Wat is voor de eilandjes van Langerhans de prikkel voor het afgeven van insuline aan het bloed?