biologiepagina voor het oefenen van biologie

video biologie

 
contact met biologiepagina.nl

Animatie bestuiving en bevruchting

 

Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

Bijen en andere insecten bezoeken bloemen omdat ze daar nectar vinden. Dit gebruiken ze als voedsel.

Wanneer een bij het nectar uit de bloem zuigt blijven er stuifmeelkorrels aan de bij plakken.

In een bloem kunnen mannelijke (meeldraden) en vrouwelijke voortplantingsorganen (stempel) voorkomen.

Wanneer de bij in de bloem komt, kunnen de stuifmeelkorrels die aan de bij vast zijn geplakt terecht komen op de stempel van de bloem.

Er kan dan alleen bevruchting plaats vinden als deze stuifmeelkorrels afkomstig zijn van een plant van dezelfde soort.

Als een stuifmeelkorrel van dezelfde soort op een stempel van een plant van dezelfde soort is gekomen, vormt die stuimeelkorrel een stuifmeelbuis.

De stuifmeelbuis groeit door de stempel en stijl naar beneden, richting de zaadbeginselen.

De kern van de stuifmeelkorrel dringt de eicel binnen en versmelt met de kern van de eicel. Dit heet bevruchting.

Na de bevruchting gaan de bevruchte eicel en het zaadbeginsel groeien. UIt de bevruchte eicel ontstaat een kiem. UIt het zaadbeginsel ontstaat een zaad. (Elk zaad bevat dus een kiem). Een zaad bevat het reservevoedsel voor de kiem.

Na de bevruchting verschrompelen de kroon en kelkbladeren. Het vruchtbeginsel groeit sterk.