![]() ![]() |
Begrippenlijst "Inleiding in de biologie"
| actief transport | transport waarvoor energie nodig is |
| aquaporines | speciale eiwitten in het celmembraan waar watermoleculen doorheen kunnen |
| ATP | adenosinetrifosfaat, energierijk molecuul |
| beschrijvend onderzoek | de onderzoeker verzamelt observaties (data) die tot een concusie leiden |
| bindweefsel | cellen die vorm en steun geven aan een organisme of orgaan |
| biochemie | natuurwetenschap op de grens van biologie en scheikunde |
| biofysica | natuurwetenschap op de grens van biologie en natuurkunde |
| biosfeer | alle ecosystemen op aarde samen (= systeem aarde) |
| celmembraan | dun vlies rondom cel bestaande uit twee lagen fosfolipiden |
| celwand | stevige laag om de cel bestaande uit cellulose, geen onderdeel van de cel |
| chlorofyl | de groene kleurstof in bladgroenkorrels; deze eiwitten zijn betrokken bij de fotosynthese |
| chloroplasten | bladgroenkorrels, hierin vindt fotosynthese plaats |
| cholesterol | tot de sterolen behorende vetachtige stof, die in de meeste dierlijke weefsels en lichaamsvloeistoffen voorkomt en een bestanddeel is van dierlijke celmembranen |
| chromoplasten | kleurstofkorrels in planten |
| chromosoom | bevatten het DNA (en genen) van de cel |
| concentratie | de hoeveelheid opgeloste stoffen |
| controlegroep | een controlegroep is bij wetenschappelijk onderzoek naar de werking of het effect van een bepaalde 'interventie' een groep met dezelfde kenmerken als de groep waarbij de interventie wordt verricht, maar waarbij de interventie niet wordt verricht. Op deze manier kan worden uitgesloten dat een waargenomen effect niet te wijten is aan spontane veranderingen. |
| cytoplasma | stroperige vloeistof in de cel die bestaat uit water met allerlei opgeloste stoffen en organellen |
| cytoskelet | een netwerk van vezellige eiwitten in de cel; geeft vorm en langs cytoskelet worden stoffen en organellen vervoerd |
| data | de verzamelde gegevens in dee onderzoek |
| diffusie | verplaatsing van een stof van een hoge concentratie naar een lage concentratie |
| DNA | hieruit is een chromosoom opgebouwd en bevat de erfelijke informatie van een organisme |
| ecosysteem | min of meer begrensd gebied met bepaalde eigenschappen waarbinnen de abiotische en biotische factoren een eenheid vormen |
| emergente eigenschap | op elk hoger organisatieniveau verschijnen nieuwe eigenschappen |
| endocytose | het afsnoeren van blaasjes door het celmembraan om stoffen in de cel op te nemen |
| endoplasmatisch reticulum | ingewikkeld netwerk van dubbele membranen in de cel, dienend als transportkanalen |
| endosoom | een blaasje dat zich afsnoert van het celmembraan om stoffen in de cel op te nemen |
| enzymen | eiwitten die chemische reacties versnellen (katalyseren) |
| epitheel | dekweefsel |
| exocytose | het afsnoeren van blaasjes door het celmembraan om stoffen naar buiten de cel te transporteren |
| externe milieu | de omgeving van een organisme |
| fagocytose | het opnemen van voedingsstoffen via blaasjes |
| fosfolipide | bouwsteen van het celmembraan, bevat een hydrofobe staart en hydrofiele kop |
| generatio spontanea | het ontstaan van levende wezens uit levenloze materie |
| golgi-systeem | organel waarin o.a. eiwitten worden opgeslagen en uiteindelijk vorm gegeven / opeenstapeling van platte blaasjes, elk omgeven door een membraan |
| hydrofiel | waterminnend |
| hydrofoob | waterafstotend |
| hypertoon | de osmotische waarde van het externe milieu is hoger t.o.v. het interne milieu |
| hypothese | een mogelijke verklaring voor een bepaald natuurwetenschappelijk verschijnsel; veronderstelling |
| hypotoon | de osmotische waarde van het externe milieu is lager t.o.v. het interne milieu |
| intercellulaire ruimte | ruimte gevuld met lucht of water die ligt tussen de celwanden |
| interne milieu | de weefselvloeistof inclusief het bloedplasma |
| isotoon | de osmotische waarde van het interne en externe milieu is gelijk |
| katalyseren | het versnellen van chemische reacties |
| kernmembraan | buitenste laag van het kernplasma |
| kernporie | opening in het kernmembraan |
| leukoplasten | kleurloze korrels in planten, die zich nog kunnen ontwikkelen tot chromoplasten, chloroplasten of zetmeelkorrels |
| levenloos | iets wat nooit geleefd heeft |
| levensloop | elk organisme heeft een levensloop die eindigt met de dood van het individu |
| literatuuronderzoek | het doen van een systematische studie op basis van wetenschappelijke literatuur en andere documenten om een wetenschappelijke vraagstelling te beantwoorden. |
| lysosomen | blaasjes die door het golgisysteem worden gevormd en verteringsenzymen bevatten |
| microfilament | soort buisjes gevormd door eiwitten en vormen samen met de microtubili het cytoskelet |
| microtubili | soort buisjes gevormd door eiwitten en vormen samen met de microfilamenten het cytoskelet |
| mitochondrium | organel waarin verbranding plaats vindt (vrij maken van energie) |
| model(leren) | een vereenvoudigde voorstelling van de werkelijkheid |
| motoreiwit | eiwitten die zich langs het cytoskelet verplaatsen en blaasjes en eiwitten vervoeren |
| nucleolus | organel in de kern, waar zich de genen van ribosomaal RNA bevinden |
| observatie | natuurwetenschappelijke waarneming |
| ontwerponderzoek | de onderzoeker maakt een concreet product als antwoord op de probleemstelling |
| orgaan | deel van een organisme met een bepaalde bouw en functie |
| orgaanstelsel | groep van samenwerkende organen |
| organel | deel van een cel met eigen bouw en functie |
| organisme | levend wezen |
| osmose | diffusie van water door een semi-permeabel membraan |
| osmotische waarde | totale hoeveelheid opgeloste deeltjes in een bepaalde volume-eenheid |
| paleontologie | natuurwetenschap op de grens van biologie en geologie |
| passief transport | transport waarvoor geen energie nodig is |
| permeabel | doorlaatbaar |
| plasmolyse | verschijnsel waarbij de cel(membraan) loslaat van de celwand |
| plastiden | korrels in plantencellen (chloroplasten, chromoplasten en leukoplasten) |
| populatie | groep individuen van dezelfde soort in een bepaald gebied die zich onderling voortplanten |
| porie-eiwit | membraaneiwit die stoffen van een hoge naar een lage concentratie vervoert |
| preparaat | voorwerp dat je onder de microscoop bekijkt |
| ribosomen | bolletjes in de cel die eiwitten maken (liggen op het ER of in het cytoplasma) |
| secretie | het afgeven van stoffen door cellen |
| selectief permeabel | bepaalde stoffen gaan selectief door het membraan, andere stoffen worden tegen gehouden |
| SEM | scanning-elektronenmicroscoop die een meer driedimensionaal beeld geeft |
| semi-permeabel membraan | membraan dat alleen water doorlaat en geen opgeloste stoffen (half-doorlaatbaar) |
| soort | organismen die onderling kunnen voortplanten en daarbij vruchtbare nakomelingen krijgen |
| steekproef | een representatieve selectie uit een groep die men wil onderzoeken |
| stofwisseling | alle chemische reacties in een organisme |
| TEM | transmissie-elektronenmicroscoop |
| turgescent | een cel met turgor |
| turgor | druk van de cel op de celwand |
| tussencelstof | tussencelstof is het materiaal tussen cellen. De tussencelstof bestaat uit eiwitten en suikers die door cellen worden gemaakt en uitgescheiden |
| vacuole | blaasje gevuld met vocht in de cel, o.a. voor stevigheid |
| weefsel | groep cellen met dezelfde vorm en functie |
| weefselvloeistof | het vocht buiten de cellen en buiten de haarvaten |