Index biologiepaginaindex vwo 4 biologie

inleiding in de biologie vwo 4

 
info biologiepagina uitleg biologie oefenen biologie bestanden biologie computer pc les biologie

Begrippenlijst "Inleiding in de biologie"

actief transport transport waarvoor energie nodig is
aquaporines speciale eiwitten in het celmembraan waar watermoleculen doorheen kunnen
ATP adenosinetrifosfaat, energierijk molecuul
beschrijvend onderzoek de onderzoeker verzamelt observaties (data) die tot een concusie leiden
bindweefsel cellen die vorm en steun geven aan een organisme of orgaan
biochemie natuurwetenschap op de grens van biologie en scheikunde
biofysica natuurwetenschap op de grens van biologie en natuurkunde
biosfeer alle ecosystemen op aarde samen (= systeem aarde)
celmembraan dun vlies rondom cel bestaande uit twee lagen fosfolipiden
celwand stevige laag om de cel bestaande uit cellulose, geen onderdeel van de cel
chlorofyl de groene kleurstof in bladgroenkorrels; deze eiwitten zijn betrokken bij de fotosynthese
chloroplasten bladgroenkorrels, hierin vindt fotosynthese plaats
cholesterol tot de sterolen behorende vetachtige stof, die in de meeste dierlijke weefsels en lichaamsvloeistoffen voorkomt en een bestanddeel is van dierlijke celmembranen
chromoplasten kleurstofkorrels in planten
chromosoom bevatten het DNA (en genen) van de cel
concentratie de hoeveelheid opgeloste stoffen
controlegroep een controlegroep is bij wetenschappelijk onderzoek naar de werking of het effect van een bepaalde 'interventie' een groep met dezelfde kenmerken als de groep waarbij de interventie wordt verricht, maar waarbij de interventie niet wordt verricht. Op deze manier kan worden uitgesloten dat een waargenomen effect niet te wijten is aan spontane veranderingen.
cytoplasma stroperige vloeistof in de cel die bestaat uit water met allerlei opgeloste stoffen en organellen
cytoskelet een netwerk van vezellige eiwitten in de cel; geeft vorm en langs cytoskelet worden stoffen en organellen vervoerd
data de verzamelde gegevens in dee onderzoek
diffusie verplaatsing van een stof van een hoge concentratie naar een lage concentratie
DNA hieruit is een chromosoom opgebouwd en bevat de erfelijke informatie van een organisme
ecosysteem min of meer begrensd gebied met bepaalde eigenschappen waarbinnen de abiotische en biotische factoren een eenheid vormen
emergente eigenschap op elk hoger organisatieniveau verschijnen nieuwe eigenschappen
endocytose het afsnoeren van blaasjes door het celmembraan om stoffen in de cel op te nemen
endoplasmatisch reticulum ingewikkeld netwerk van dubbele membranen in de cel, dienend als transportkanalen
endosoom een blaasje dat zich afsnoert van het celmembraan om stoffen in de cel op te nemen
enzymen eiwitten die chemische reacties versnellen (katalyseren)
epitheel dekweefsel
exocytose het afsnoeren van blaasjes door het celmembraan om stoffen naar buiten de cel te transporteren
externe milieu de omgeving van een organisme
fagocytose het opnemen van voedingsstoffen via blaasjes
fosfolipide bouwsteen van het celmembraan, bevat een hydrofobe staart en hydrofiele kop
generatio spontanea het ontstaan van levende wezens uit levenloze materie
golgi-systeem organel waarin o.a. eiwitten worden opgeslagen en uiteindelijk vorm gegeven / opeenstapeling van platte blaasjes, elk omgeven door een membraan
hydrofiel waterminnend
hydrofoob waterafstotend
hypertoon de osmotische waarde van het externe milieu is hoger t.o.v. het interne milieu
hypothese een mogelijke verklaring voor een bepaald natuurwetenschappelijk verschijnsel; veronderstelling
hypotoon de osmotische waarde van het externe milieu is lager t.o.v. het interne milieu
intercellulaire ruimte ruimte gevuld met lucht of water die ligt tussen de celwanden
interne milieu de weefselvloeistof inclusief het bloedplasma
isotoon de osmotische waarde van het interne en externe milieu is gelijk
katalyseren het versnellen van chemische reacties
kernmembraan buitenste laag van het kernplasma
kernporie opening in het kernmembraan
leukoplasten kleurloze korrels in planten, die zich nog kunnen ontwikkelen tot chromoplasten, chloroplasten of zetmeelkorrels
levenloos iets wat nooit geleefd heeft
levensloop elk organisme heeft een levensloop die eindigt met de dood van het individu
literatuuronderzoek het doen van een systematische studie op basis van wetenschappelijke literatuur en andere documenten om een wetenschappelijke vraagstelling te beantwoorden.
lysosomen blaasjes die door het golgisysteem worden gevormd en verteringsenzymen bevatten
microfilament soort buisjes gevormd door eiwitten en vormen samen met de microtubili het cytoskelet
microtubili soort buisjes gevormd door eiwitten en vormen samen met de microfilamenten het cytoskelet
mitochondrium organel waarin verbranding plaats vindt (vrij maken van energie)
model(leren) een vereenvoudigde voorstelling van de werkelijkheid
motoreiwit eiwitten die zich langs het cytoskelet verplaatsen en blaasjes en eiwitten vervoeren
nucleolus organel in de kern, waar zich de genen van ribosomaal RNA bevinden
observatie natuurwetenschappelijke waarneming
ontwerponderzoek de onderzoeker maakt een concreet product als antwoord op de probleemstelling
orgaan deel van een organisme met een bepaalde bouw en functie
orgaanstelsel groep van samenwerkende organen
organel deel van een cel met eigen bouw en functie
organisme levend wezen
osmose diffusie van water door een semi-permeabel membraan
osmotische waarde totale hoeveelheid opgeloste deeltjes in een bepaalde volume-eenheid
paleontologie natuurwetenschap op de grens van biologie en geologie
passief transport transport waarvoor geen energie nodig is
permeabel doorlaatbaar
plasmolyse verschijnsel waarbij de cel(membraan) loslaat van de celwand
plastiden korrels in plantencellen (chloroplasten, chromoplasten en leukoplasten)
populatie groep individuen van dezelfde soort in een bepaald gebied die zich onderling voortplanten
porie-eiwit membraaneiwit die stoffen van een hoge naar een lage concentratie vervoert
preparaat voorwerp dat je onder de microscoop bekijkt
ribosomen bolletjes in de cel die eiwitten maken (liggen op het ER of in het cytoplasma)
secretie het afgeven van stoffen door cellen
selectief permeabel  bepaalde stoffen gaan selectief door het membraan, andere stoffen worden tegen gehouden
SEM  scanning-elektronenmicroscoop die een meer driedimensionaal beeld geeft
semi-permeabel membraan membraan dat alleen water doorlaat en geen opgeloste stoffen (half-doorlaatbaar)
soort organismen die onderling kunnen voortplanten en daarbij vruchtbare nakomelingen krijgen
steekproef een representatieve selectie uit een groep die men wil onderzoeken
stofwisseling alle chemische reacties in een organisme
TEM transmissie-elektronenmicroscoop 
turgescent een cel met turgor
turgor druk van de cel op de celwand
tussencelstof tussencelstof is het materiaal tussen cellen. De tussencelstof bestaat uit eiwitten en suikers die door cellen worden gemaakt en uitgescheiden
vacuole blaasje gevuld met vocht in de cel, o.a. voor stevigheid
weefsel groep cellen met dezelfde vorm en functie
weefselvloeistof het vocht buiten de cellen en buiten de haarvaten