Anticonceptiepil (examen 2004-I)
In een leerboek staat de volgende tekst:
De hormonale anticonceptie zoals de 'pil' en de prikpil, beïnvloeden de hypothalamus-hypofyse waardoor ovulatieremming optreedt ten gevolge van toediening van oestrogene en progestagene stoffen. Deze stoffen onderdrukken de FSH- en LH-productie in de hypofyse waardoor zich geen follikels ontwikkelen. Veranderingen in het endometrium (1) door gebruik van de pil verhinderen nidatie (2) van een embryo. Bovendien vormt het als gevolg van pilgebruik verdikte slijm in de baarmoederhals een barrière voor de spermiën. Tijdens de pilvrije periode wordt het endometrium door de menstruatie afgestoten.
(1) = baarmoederslijmvlies
(2) = innesteling

Waar kan volgens bovenstaande tekst de anticonceptiepil ingrijpen? Geef de nummers van de betreffende pijlen in bovenstaande afbeelding.
bewerkt naar: W.G. Burgerhout e.a., Fysiologie, Leerboek voor paramedische opleidingen, 1998, 333
De afbeelding hieronder geeft een aantal gebeurtenissen weer die aan de geboorte van een kind voorafgaan. De cijfers geven plaatsen en processen aan waar kan worden ingegrepen om een zwangerschap te voorkomen.