Index biologiepaginaindex vwo 4 biologie

evolutie vwo 4 nectar biologie oefenen

 
info biologiepagina uitleg biologie oefenen biologie bestanden biologie computer pc les biologie

adaptatie
aanpassing
aeroob
met zuurstof
allelfrequentie
(genfrequentie); het percentage waarmee een bepaald allel deel uitmaakt van de genenpool in een populatie
allopatrische soortsvorming
een manier van soortvorming waarbij dochtersoorten ontstaan uit een vooroudersoort, als er een duidelijk aanwijsbare ruimtelijke scheiding is tussen de dochterpopulaties en de oudersoort die wordt veroorzaakt door geologische verschijnselen of migratie. Door die scheiding kunnen de dochterpopulaties zich op den duur ontwikkelen tot aparte soorten.
analoge organen
gelijkenis die samenhangt met overeenkomst in functie en niet met de afstamming van een gemeenschappelijke voorouder; bijv. De vleugel van een vlinder is analoog aan de vleugel van een vogel.
autotroof
m.b.v. zonlicht in staat zijn chemische energie vast te leggen met fotosynthese / uit anorganische stoffen organische stoffen kunnen maken
biodiversiteit
verscheidenheid, dat is de soortenrijkdom binnen een ecosysteem. Er bestaat echter ook diversiteit in genotypen binnen een populatie.
catastrofetheorie
theorie van Cuvier die beweerde dat soorten verdwenen door natuurrampen zoals aardbevingen en overstromingen
clade
een groep soorten bestaande uit een voorouder en alle nakomelingen daarvan
cladogram
schematische weergave van de verwantschap tussen soorten van een clade, inclusief de gemeenschappelijke voorouder
co-evolutie
is het proces in de evolutie waarbij organismen zich voortdurend aan elkaar aanpassen. Vaak leidt co-evolutie tot een samenwerkingsverband, waarbij beide soorten niet meer zonder elkaar kunnen
endosymbiosetheorie
theorie volgens welke oorspronkelijk vrijlevende prokaryoten als organellen (i.c. mitochondriën en chloroplasten) in andere cellen zijn gaan leven. Zo zouden eukaryote cellen zijn ontstaan
evolutie
ontwikkeling van het leven op aarde waarbij soorten ontstaan, veranderen en verdwijnen
fitness
aangepastheid voor zover deze een bijdrage levert aan het voortplantingssucces van een individu. Individuen die bevoordeeld worden door selectie hebben een grotere fitness dan andere individuen.
fossiel
resten of afdruk van uitgestorven organismen.
foundereffect
het optreden van genetic drift doordat een klein deel van een populatie zich vestigt in een nieuw gebied
gene flow
het verschijnsel dat tussen individuen van twee populaties van dezelfde soort uitwisseling van genen plaats vindt
genenpool
de verzameling van alle allelen in een populatie
generatio spontanea
het ontstaan van levende wezens uit levenloze materie.
genetic drift
veranderingen in de allelenfrequenties ( genfrequenties) binnen een bepaalde populatie tengevolge van toevalsfluctuaties. In een kleine populatie is de genetic drift groter.
genus
geslacht (meervoud genera)
gidsfossiel
fossiele soort, die dankzij een grote horizontale (geografische) verspreiding en een geringe verticale verspreiding geschikt is voor de identificatie van een bepaalde aardlaag.
halveringstijd
de tijd waarin in de helft van de isotopen is vervallen in het stabiele element
Hardy-Weinberg-evenwicht
p + q = 1
homologe organen
overeenkomst in bouw, gelijkenis als gevolg van afstamming van een gemeenschappelijke voorouder. Voorbeeld: alle pootskeletten van gewervelden zijn homoloog.
isolatie
een deel van een populatie raakt gescheiden en vormt een nieuwe populatie
isotopen
isotopen van een scheikundig element verschillen in atoommassa, maar hebben dezelfde chemische eigenschappen.
kunstmatige selectie
selectie warabij de mens selecteert op gewenste eigenschappen
missing links
fossiele overgangsvormen tussen soorten
mutatie
verandering in de volgorde van het DNA of RNA
natuurlijke selectie
verschijnsel dat individuen met een beter aan het milieu aangepast genotype een grotere overlevingskans en voortplantingskans hebben en daardoor meer in de populatie zullen voorkomen dan andere.
neodarwinistische evolutietheorie
gaat uit van genetische variatie (verscheidenheid in genotypen), natuurlijke selectie en soortsvorming door reproductieve isolatie
paleontologie
de wetenschap die zich bezighoudt met het verzamelen en bestuderen van fossielen
populatie
groep individuen van dezelfde soort in een bepaald gebied die zich onderling voortplanten
populatiegenetica
studie naar de genetische samenstelling van populaties
rijk
een domein wordt ingedeeld in rijken
rudimentaire organen
rudimentaire organen zijn restanten van organen die bij verre voorouders nog een functie hadden en die in de loop van de evolutie hun functie hebben verloren.
sediment
sediment of afzetting is de benaming voor door wind, water en/of ijs getransporteerd materiaal.
selectiedruk
invloed van milieufactoren, waardoor genfrequenties veranderen.
soort
organismen die onderling kunnen voortplanten en daarbij vruchtbare nakomelingen krijgen
species
soort
struggle for life
de dagelijkse strijd met soortgenoten om te overleven
survival of the fittest
natuurlijke selectie; alleen de best aangepaste organismen overleven
sympatrische soortsvorming
een bepaalde manier waarop soortvorming plaatsvindt. Sympatrische soortvorming is een begrip dat aangeeft dat een dochtersoort kan ontstaan uit een vooroudersoort, zonder dat er een geografische barrière, zoals een rivier, bergketen of zee, tussen de toekomstige dochtersoorten zit. Het woord zegt het eigenlijk al: er vindt soortvorming plaats terwijl de populaties samen (sym) een (vader-)land (patris) blijven delen
taxa (enkelvoud taxon)
systematische eenheid, bijv. een soort, geslacht, familie,orde, klasse of afdeling.