Een persoon kijkt 's nachts naar de sterren. Op een gegeven ogenblik ziet hij een lichtzwakke ster. Als hij probeert hiervan een duidelijk beeld te krijgen, ziet hij opeens de ster niet meer. De ster wordt voor hem onzichtbaar doordat in beide ogen het beeld van de ster:
op de gele vlek valt waar alleen kegeltjes voorkomen
op de gele vlek valt waar alleen staafjes voorkomen
naast de gele vlek valt op een plaats waar alleen kegeltjes voorkomen
naast de gele vlek valt waar alleen staafjes voorkomen
Oudere mensen kunnen dikwijls alleen wanneer ze de krant met gestrekte armen voor zich houden, deze zonder bril lezen.
Welke van de genoemde veranderingen kan daarvan de oorzaak zijn?
het troebel worden van het hoornvlies
het troebel worden van de lens
het verminderen van de elasticiteit van de lens
het groter worden van de afstand tussen netvlies en lens
Bij het kijken naar een voorwerp komt het beeld van dat voorwerp omgekeerd op het netvlies. Toch ervaren wij dit beeld als rechtopstaand.
Dit komt doordat een "correctie" optreedt
in de zintuigcellen van het netvlies
in iedere oogzenuw afzonderlijk
bij de overkruising van de oogzenuwen
in het gezichtscentrum van de hersenen
Bij oogonderzoek wordt wel eens gebruik gemaakt van stoffen waardoor pupilverwijdering optreedt. Door de stoffen worden bepaalde spieren tijdelijk verlamd.
Welke spieren zijn tijdelijk verlamd, waardoor deze pupilverwijdering optreedt?
de oogspieren
de kringspieren in de iris
de spieren in het straalvormig lichaam
de straalsgewijs verlopende spieren in de iris
Impulsen via de oogzenuw worden als licht en niet als geluid geinterpreteerd. Dit verschijnsel berust op de
impulsfrequentie in de axonen
mate van de polarisering tijdens de actiepotentiaal
chemische eigenschappen van de neurotransmitters in de tussenliggende synapsen
plaats in de hersenschors van de sensibele neuronen
We kunnen harde en zachte geluiden van dezelfde toonhoogte van elkaar onderscheiden. Dit zou kunnen komen doordat
de geleidingssnelheid voor harde en zachte geluiden verschillend is
de impulsen van beide oren niet gelijktijdig de hersenen bereiken
de sterkte van de impulsen in de gehoorzenuwen kan varieren
de impulsfrequentie in de gehoorzenuwen kan varieren
Kunnen niet-adequate prikkels in een zintuigcel impulsen opwekken?
Zo ja, in welke gevallen?
Nee
Ja, niet-adequate prikkels wekken alleen impulsen op als ze zeer zwak zijn
Ja, niet-adequate prikkels wekken alleen impulsen op als ze zeer sterk zijn
Ja, niet-adequate prikkels wekken alleen impulsen op als de prikkelsterkte gelijk is aan die van adequate prikkels
In het oor dienen de drie gehoorbeentjes ervoor om
de sterke trillingen van het trommelvlies afgezwakt over te brengen op het ronde venster
het trommelvlies in de meest gunstige stand te brengen voor het opvangen van het geluid
het trommelvlies en het ovale venster op de juiste afstand van elkaar te houden
de trillingen van het trommelvlies versterkt op de vloeistof in het slakkenhuis over te brengen
Bij het ouder worden van de mens begint het accommodatievermogen van de ogen te verminderen.
1) Kunnen de ooglenzen dan niet meer voldoende afgeplat of niet meer voldoende bol worden? 2) Is een bril met een positieve of negatieve glazen nodig om dit te corrigeren?
niet voldoende afgeplat, positieve glazen
niet voldoende afgeplat, negatieve glazen
niet voldoende bol worden, positieve glazen
niet voldoende bol worden, negatieve glazen
Als gevolg van een bepaalde prikkel vernauwt de pupil in een oog van de mens zich.
Liggen de zintuigcellen die door deze prikkel impulsen opwekken in de iris of in het netvlies? Verlopen de impulsen die tot vernauwing leiden via het gezichtscentrum in de grote hersenen of via de hersenstam?
iris / gezichtscentrum
iris / hersenstam
netvlies / gezichtscentrum
netvlies / hersenstam
In het diagram is de verdeling van de staafjes en de kegeltjes over het netvlies van het linkeroog van de mens weergegeven.
Welk of welke uitspraken is of zijn juist?
Bij een vlieg wordt het verband bepaald tussen de concentratie van bepaalde geurstoffen en de gemiddelde impulsfrequentie in een zenuw die verbonden is met een reukzintuig. De resultaten zijn weergegeven in het diagram
Voor welke van de 4 onderzochte stoffen is de drempelwaarde van het reukzintuig het laagst?
stof 1
stof 2
stof 3
stof 4
Welke van de volgende beweringen over de oogvliezen is juist?
het harde oogvlies gaat aan de voorkant van het oog over in het regenboogvlies
het hoornvlies is de doorzichtige voorzijde van het harde oogvlies
de iris is het gekleurde deel van het netvlies
de pupil is een opening in het hoornvlies
Een bepaalde lichtstraal valt op een lichtgevoelige cel in een oog van de mens. Welke delen van het oog passeert deze lichtstraal achtereenvolgens?
Iemand kijkt met een 1 oog naar het midden van een zwarte schijf met een diameter van 50 cm. Deze schijf staat tegen een lichte achtergrond. De afstand van het oog tot de schijf bedraagt 20 cm. De schijf wordt nu langzaam van het oog verwijderd tot op een afstand van 10 meter.
1) Wordt het beeld van de schijf op het netvlies groter of kleiner? 2) Op welke wijze past de pupil zich aan bij de nieuwe situatie?
1) groter 2) groter
1) groter 2) kleiner
1) kleiner 2) groter
1) kleiner 2) kleiner
Iemand is schorsblind als
het netvlies van het oog zo ernstig beschadigd is dat het geen lichtprikkels meer kan opvangen
de oogzenuwen door een ongeval niet meer functioneren, hoewel er aan de ogen zelf niets mankeert
het hoornvlies troebel is geworden
het primaire gezichtscentrum van de hersenen is uitgeschakeld
Lichtstralen die ons oog binnenkomen worden gebroken. Er treedt breking van licht op door
het hoornvlies en door de pupil
uitsluitend de ooglens
het hoornvlies en door de ooglens
de ooglens en door het netvlies
Welke bewering is onjuist?
de lens is opgehangenaan een kringspier, die weer aan een aantal straalsgewijze spieren is bevestigd
het traanvocht komt tenslotte in de neus terecht
in het oog vinden we het glasachtig lichaam
de oogleden dienen onder andere voor het tegenhouden van vuil
In het netvlies van een oog van een inktvis liggen de zintuigcellaag en de zenuwcellaag, vergeleken met de ligging in het netvlies van een menselijk ook, in omgekeerde volgorde.
Wat zal als gevolg hiervan bij een inktvisoog ontbreken?
de blinde vlek
de gele vlek
het vaatvlies
de pigmentlaag
Een proefpersoon kijkt enige tijd naar een rood vierkant tegen een witte achtergrond. Hierna kijkt hij naar alleen een wit oppervalk en neemt een groen-blauw vierkant tegen een witte achtergrond waar.
Welke verklaring voor het optreden van dit effect is juist?
de kegeltjes voor rood licht zijn vermoeid en werken niet meer
de kegeltjes voor groen en blauw licht zijn minder snel vermoeid dan die voor rood licht
alle kegeltjes zijn vermoeid en de proefpersoon gaat meer met de staafjes kijken
de staafjes zijn vermoeid doordat een deel van het staafjesrood is omgezet
Welke van de genoemde onderdelen ontbreken in het midden van de gele vlek?
1 en 2
1 en 3
2 en 4
3 en 4
1
2
3
4
Kunstlenzen
Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen. Staar is een oogafwijking die bij de mens veroorzaakt kan worden door troebeling van de ooglens. Deze afwijking kan men verhelpen door de troebele lens te verwijderen en deze te vervangen door een kunstlens. Daarvoor wordt vaak een zogeheten bifocale kunstlens gebruikt: een lens die in het midden een sterkere bolling heeft dan aan de randen. Bij bepaalde verlichtingssterkten kan de werking van dit type kunstlens echter niet die van een natuurlijke ooglens evenaren. Iemand heeft in beide ogen een bifocale kunstlens. Hij staat op een zonnige dag in zijn tuin en kijkt naar een boom op tien meter afstand.
Ziet hij op dat moment de boom minder scherp, even scherp of scherper dan iemand met normale lenzen?
minder scherp
even scherp
scherper
In de afbeelding is schematisch een microscopisch beeld van een deel van het netvlies van een oog getekend. Drie zijden van de tekening zijn met de letters P, Q en R aangegeven.
Valt in de natuurlijke situatie in een oog het licht van kant P, van kant Q of van kant R op het netvlies?
P
Q
R
Enkele beweringen over kegeltjes en staafjes in de ogen van de mens zijn:
1) zowel kegeltjes als staafjes bevatten lichtgevoelig pigment, 2) de prikkeldrempel van een staafje is afhankelijk van het aantal schakelcellen waarmee het is verbonden, 3) in de schemering wordt de prikkeldrempel van kegeltjes eerder overschreden dan die van staafjes.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
Hoe heet de vloeistof waarmee zowel het slakkenhuis als de halfcirkelvormige kanalen mee gevuld zijn?
Het evenwichtsorgaan kun je onderverdelen in de cupula en de maculae.
Welke van onderstaande uitspraken horen bij de maculae?
Twee uitspraken over proprioreceptoren: Willem zegt dat de adequate prikkel van een spierspoeltje een verandering in de lengte van het middengedeeltje van het spoeltje is. Karin zegt dat wanneer een peeslichaampje geactiveerd wordt, via een reflex de betreffende spier zich extra gaat aanspannen.
Wie heeft er gelijk?
Beide gelijk
Willem heeft gelijk
Karin heeft gelijk
Beide ongelijk
Welke van onderstaande receptoren zijn enteroreceptoren?