Index biologiepaginaindex vwo 6 biologie

bescherming vwo 6 biologie voor jou

 
info biologiepagina uitleg biologie oefenen biologie bestanden biologie computer pc les biologie

Begrippenlijst "Bescherming Vwo 6"

 

Actieve immunisatie
proces van immuun worden, waarbij het lichaam zelf de antistoffen maakt. Dit kan op een natuurlijke manier gebeuren door het doormaken van een ziekte of kunstmatig, door vaccineren, waarbij een verzwakte ziekteverwekker wordt toegevoegd.
Antibiotica
stof, die de groei van bacteriën remt of bacteriën doodt
Antigeen
lichaamsvreemde stof of cel, die aanzet tot de vorming van antistoffen
Antigeen-presenterende cel (APC)
nadat een macrofaag een ziekteverwekker heeft opgenomen door fagocytose, presenteert het stukjes van de antigenen op het celmembraan. Dit is een "antigeen presenterende cel" 
Antiresus
antistof tegen het resusantigeen/de resusfactor
Antistof
plasma-eiwit, (immunoglobuline) die antigenen bindt
B-Lymfocyt
type lymfocyt, die o.a. in het beenmerg geproduceerd wordt. Een B-lymfocyt produceert antistoffen
Beenmerg
weefsel in de beenderen van gewervelden. Er bestaat rood en wit(geel) beenmerg. Uit het rode ontstaan o.a. rode en witte bloedcellen.
Cellulaire afweer
deel van de specifieke afweer bedoeld om ziekteverwekkers te vernietigen in besmette lichaamscellen
Cytokinen
Eiwitten mete een regulerende functie die een rol spelen in het afweersysteem
Cytotoxische T-cel
Tc-cel, type lymfocyt die besmette lichaamscellen "lek prikt" en afbrekende enzymen toedient om een geinfecteerde cel te vernietigen
Fagocytose
insluiten en verteren van ziekteverwekkers door fagocyten (macrofagen en granulocyten)
Geheugencellen
een geheugencel is een bepaalde lymfocyt, die bij herhaalde infecties hetzelfde antigeen herkent en een snelle afweerreactie mogelijk maakt
Granulocyt
bepaald type witte bloedcel die aan fagocytose kan doen
Hemoglobine
kleurstof in rode bloedcellen, die zuurstof en koolstofdioxide bindt en daardoor voor het transport van deze stoffen zorgt
Hemolyse
het uiteenvallen van de rode bloedcellen (door een te lage osmotische waarde van het bloed of door het samenklonteren met antistoffen)
HLA-systeem
Human Leukocyte Antigen-systeem; unieke eiwitten die elk mens op zijn cellen heeft
Hoornlaag
buitenste laag van de huid, welke bestaat uit afgestorven en verhoornde opperhuidcellen
Humorale afweer
deel van de specifieke afweer bedoeld om de ziekteverwekkers met antistoffen te vernietigen in de lichaamsvloeistoffen = humoren (o.a. Bloed, lymfe etc)
Hypothalamus
gedeelte van de tussenhersenen. De hypothalamus staat in verbinding met de hypofyse en regelt door de afscheiding van neurohormonen de werking van de hypofyse
Immunisatie
het immuun worden voor een bepaalde ziekte, hetgeen betekent dat men gedurende een bepaalde tijd niet meer vatbaar is voor een bepaalde ziekte
Immunoglobulinen
Antistoffen
Immuun
weerstand tegen een bepaalde ziekte. De immuniteit kan actief of passief verworven zijn.
Incubatietijd
tijd tussen het binnendringen van een ziekteverwekker en het optreden van de eerste ziekteverschijnselen
Kiemlaag (= slijmlaag)
de laag levende epitheelcellen van de opperhuid
Lederhuid
in de lederhuid liggen de warmte-, koude-, druk- en tastzintuigen. Verder liggen er in de lederhuid zenuwen met pijnpunten, haarspiertjes, bloedvaten en zweetklieren
Leukocyt
witte bloedcel, er zijn vele typen van witte bloedcellen
Lymfocyt
bepaald type witte bloedcellen. Lymfocyten hebben een grote kern. Er zijn diverse soorten lymfocyten
Macrofaag
grote witte bloedcel, die fagocyteert
Melanine
zwart of donkerbruin pigment
Melanocyten
pigmentvormende cel in de huid
MHC
MHC (Major Histocompatibility Complex) is een groot complex van genen, die coderen voor verschillende componenten in het afweersysteem, waaronder antigenen en bestanddelen van het complementsysteem.
MHC-I-receptoreiwitten
Komen voor op de buitenkant van alle cellen met een celkern in het menselijk lichaam
MHC-II-recptoreiwitten
Komen alleen voor op de buitenkant van marcofagen en geactiveerde B-cellen
Milt
orgaan in de buikholte, bestaand uit lymfatisch weefsel en betrokken bij het afweersysteem
Opperhuid
buitenste laag, bestaat uit hoornlaag en slijmlaag
Passieve immunisatie
immunisatie door middel van antistoffen, die niet zelf gemaakt zijn. Deze antistoffen ofwel door seruminjectie verkregen ofwel van de moeder
Pathogenen
ziekteverwekkers
Plasmacallen
rijpe B-lymfocyt, die antistoffen produceert
Receptoreiwit
eiwit (aan het celmembraan) die door de ruimtelijke molecuulstructuur bepaalde stoffen, bijvoorbeeld hormonen bindt. Hierdoor bezit de cel een bepaalde gevoeligheid voor die stoffen
Resistent
erfelijke weerstand. Resistente individuen ontstaan door mutatie, resistente populaties ontstaan door selectie
Resusfactor
kenmerkend antigeen van rode bloedcellen. Bloed met dit antigeen wordt resuspositief genoemd, bloed zonder dit antigeen wordt resusnegatief genoemd
Specifieke afweer
afweer gericht tegen 1 type ziekteverwekker
Stamcellen
cel in het rode beenmerg waaruit zich rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes ontwikkelen
T-Helpercel
type witte bloedcel die B-lymfocyten en T-lymfocyten kan activeren tijdens de specifieke afweer
T-lymfocyt
witte bloedcel die in de thymus uit voorlopercellen ontwikkelt. Een T-lymfocyten is betrokken bij afweerreacties. Er bestaan cytotoxische T-cellen, T-geheugencellen, T-helpercellen en T-suppressorcellen
Talg
vetachtige stof die wordt afgegeven door de talgkliertjes die het haar en de hoornlaag soepel houden
Tc-cellen
Zie cytotoxische T-cellen
Tg-cellen
T-geheugencellen
Thymus
orgaan dat betrokken is bij de specifieke afweer. In de thymus of zwezerik worden de T-lymfocyten uit voorlopercellen gevormd
Vaccin
kunstmatig verzwakte ziekteverwekker of deel van een ziekteverwekker, gebruikt bij een inenting
Vaccinatie
het opwekken van immuniteit door een injectie met een verzwakt antigeen of een antistof (seruminjectie)