Index biologiepaginaindex vwo 6 biologie

vwo 5 dna

 
info biologiepagina uitleg biologie oefenen biologie bestanden biologie computer pc les biologie

 

adenine een stikstofbase
allel 1 van de genen van een genenpaar / variant van een gen
anticodon basentriplet aan het uiteinde van een tRNA-molecuul dat het complementaire codon op een mRNA-molecuul ontdekt.
antisense-DNA moleculair biologen noemen een stuk DNA dat afgelezen wordt of afleesbaar is een antisense en het tegenovergestelde, dus niet afleesbaar, sense (letterlijk vertaald staat sense voor betekenis)
basenparing de stikstofbasen van de beide nucleotidenketens zijn twee aan twee met elkaar verbonden. (A met T, en C met G)
centromeer deel van een chromosoom, waar de twee zusterchromatiden aan elkaar verbonden zijn. Bij de kerndeling hecht aan het centromeer de spoeldraad vast
chromatide Eén van de twee helften van een chromosoom, die bij het centromeer aan elkaar verbonden zijn. In de vroegste stadia van de celdeling zijn de chromatiden als overlangse helften van een chromosoom te zien
chromatine is het geheel van DNA en eiwitten in de celkern van eukaryotische cellen
chromosoom structuur, die in lineaire volgorde genen bevat. Chromosomen bestaan uit DNA en eiwitten en zijn te zien tijdens mitose en meiose
coderende streng de nucleotideketen die niet wordt gebruikt tijdens de transcriptie
codon groep van drie nucelotidebasen (triplet), die codeert voor een bepaald aminozuur in een eiwit
cytosine een stikstofbase
deletie het verwijderen van een nucleotidepaar in het DNA
desoxyribose een suiker met 5 C-atomen per molecuul, bestanddeel van DNA
DNA  desoxyribonucleïnezuur, een keten (molecuul) opgebouwd uit nucleotiden, die bestaan uit een suiker (desoxyribose) een stikstofbase en een fosfaatgroep
DNA-ligase enzym dat korte DNA-fragmenten aan elkaar koppelt
DNA-methylering is een epigenetisch proces waarbij een methylgroep (CH3-groep) aan een DNA-molecule wordt toegevoegd. Hierdoor verandert de structuur van het DNA, dat dientengevolge niet langer afleesbaar is tijdens bijvoorbeeld een transcriptie
DNA-polymerase enzym dat langs de enkelvoudige nucleotideketens schuift tijdens de DNA-replicatie en er voor zorgt dat er DNA dubbelstrengen ontstaan
DNA-replicatie het kopieren van het DNA, waarna een chromosoom bestaat uit twee chromatiden die vastzitten met een centromeer
DNA-sequentie volgorde van de vier bouwstenen waaruit DNA is opgebouwd
epigenetica de studie van wijzigingen in de genexpressie zonder dat er wijzigingen in de dna-sequentie plaats vinden
epigenetische factoren invloeden die de werking van genen beinvloeden, zoals stress, voeding en drugs
eukaryoot organismen met een celkern
exons de coderende stukken DNA in een gen
gelelektroforese een scheidingstechniek die moleculen onder invloed van een elektrisch veld laat bewegen in een gel.
genexpressie het tot uiting komen van een gen
genoom de volledige set genen vane en organisme inclusief niet-coderend DNA
genoommutatie mutaties waarbij het aantal chromosomen in een cel veranderd is
genregulatie het aan of uitzetten van een gen
guanine een stikstofbase
helicase enzym dat zorgt dat het dubbelstrengs-DNA uit elkaar 'ritst'
helixstructuur de molecuulstructuur van het DNA, dat uit een dubbelspiraal bestaat en RNA dat uit een enkelspiraal bestaat. Een helix is een spiraalvorm waarbij elk punt dezelfde afstand heeft tot de centrale as
histonen eiwitten waaromheen DNA ligt gerold in een chromosoom
insertie het toevoegen van een nucleotidepaar in het DNA
introns niet coderende stukken DNA in een gen
inversie soort chromosoommutatie, waarbij delen van het DNA worden omgedraaid
junk-DNA niet-coderend DNA. De naam voor stukken DNA in het genoom die geen bekende functie hebben. Ongeveer 95 % van het menselijk genoom wordt beschouwd als "junk-DNA"
kernlichaampje in de kernlichaampjes (nucleoli) wordt namelijk rRNA (ribosomaal RNA) aangemaakt, dat vervolgens getransporteerd wordt naar de ribosomen die zorgen voor de synthese van eiwitten.
matrijsstreng zie template-streng
mRNA messenger RNA, dat meestal afgekort wordt tot mRNA, speelt een centrale rol in het tot expressie brengen van genetische informatie. Messenger RNA is een vorm van RNA die als 'boodschapper' (messenger) twee processen met elkaar verbindt: de transcriptie, waarbij een stuk DNA (een gen) overgeschreven wordt tot mRNA, en de translatie, waarbij het mRNA wordt vertaald naar een keten van aminozuren (een eiwit)
mtDNA DNA liggend in de mitochondria; worden altijd via de eicel overgedragen
mutatie verandering in de volgorde van het DNA of RNA
niet-coderend DNA het junk-DNA. De naam voor stukken DNA in het genoom die geen bekende functie hebben. Ongeveer 95 % van het menselijk genoom wordt beschouwd als "junk-DNA"
nucleïnezuur een stof, waarvan elk molecuul bestaat uit één of twee strengen nucelotiden, die samen één of twee polynucleotideketens vormen. Nucleïnezuur komt voor in DNA (twee ketens) en RNA (één keten)
nucleosoom een aantal histonen met eromheen gewikkeld DNA
nucleotide bestanddeel van nucleïnezuren. Een nucleotidemolecuul bestaat uit een monosacharide, een organische base en een fosfaatgroep
Okazaki-fragment een relatief kort DNA-fragment op de lagging strand (de antiparallelle streng) van een dubbele helix tijdens de replicatie
oncogen een oncogen ontstaat na mutaties uit een proto-oncogen. Een oncogen zet een cel aan tot abnormaal snel groeien en delen
operator deel van het operon dat dicht bij of op de promotor ligt, waaraan een regulatoreiwit (repressor of activator) zich kan binden en daardoor de affiniteitvan de promotor voor de RNA-polymerase vermindert of verhoogt.
operon bestaat uit een promotor, operator(en) en meerdere (structurele) genen, die coderen voor proteïnen met verwante functies.
PCR PCR (vertaald Polymerase Ketting Reactie) is een methode om kleine hoeveelheden van een specifiek stuk DNA een groot aantal keren te vermeerderen
plasmide korte stukjes circulair DNA in sommige prokayoten
pre-mRNA het onbewerkte messenger RNA (mRNA) zoals dat direct na de transcriptie wordt geproduceerd. Door het proces van RNA-processing wordt het pre-mRNA bewerkt tot mRNA. Dit vindt alleen plaats in eukaryoten
primase enzym dat een stukje RNA (primer) vast aan het DNA-molecuul tijdens DNA-replicatie; dit wordt gebruikt als startpunt
primer klein stukje DNA of RNA dat gebruikt wordt als startpunt van de polymerasekettingreactie (PCR, polymerase chain reaction). Er zijn steeds twee primers nodig, één voor de 5'-streng en één voor de 3'-streng. Deze worden de forward en de reverse primer genoemd.
prokaryoot een prokaryoot organisme is een eencellig organisme zonder celkern
promotor specifieke plaats in het DNA waar RNA-polymerase zich kan binden aan het DNA molecuul.
proto-oncogen coderen voor eiwitten die de celgroei en celdigfferentiatie stimuleren. Door een mutatie kan een proto-oncogen veranderen in een oncogen
puntmutatie een verandering in 1 nucleotidepaar
recombinant-DNA-techniek techniek waarbij delen van het DNA van verschillende organismen bij elkaar gebracht worden
recombinatie het ontstaan van nieuwe combinaties van allelen. Recombinatie kan het gevolg zijn van de toevalsverdeling van beide homologe chromosomen bij de meiose over de haploïde cellen. Recombinatie kan ook het gevolg zijn van crossing-over.
regulatorgen genen die regelen dat de juiste genen op de juiste momenten tot expressie komen
repetitief DNA vele malen een herhaling van dezelfde DNA-volgorde
repressor is een DNA- of RNA-bindend eiwit dat de expressie van een of meerdere genen verhindert door te binden op de operator. Een DNA-bindende repressor blokkeert het aanhechten van RNA-polymerase aan de promotor, waardoor het aanmaken van mRNA (de transcriptie van het gen) verhinderd wordt
restrictie-enzym enzym dat DNAmoleculen op specifieke plaatsen in stukken kan verdelen.
ribose een suiker dat in RNA zit i.p.v. de desoxyribose in DNA
RNA ribonucleïnezuur, nucleïnezuur dat ribose als sacharide en de basen uracil, adenine, guanine en cytosine bevat. RNA bestaat uit een enkele streng nucleotiden
RNA-polymerase enzym dat er voor zorgt dat er een RNA-keten langs een deel van een DNA-keten wordt gevormd.
RNA-processing het bewerken van het pre-mRNA molecuul
rRNA staat voor ribosomaal RNA, en is een speciaal RNA-molecuul dat belangrijk is voor de eiwitsynthese. Het rRNA-molecuul is een onderdeel van het ribosoom, en heeft als functie het katalyseren van de reactie die de eiwitketen verlengt.
sequentie volgorde van nucletiden
spliceosoom knipt de introns uit het pre-mRNA en plakt de exons vervolgens aan elkaar
splicing proces dat wordt uitgevoerd door het spliceosoom
startcodon codon (AUG) waarmee het af te lezen deel van het mRNA-molecuul begint
stopcodon codon of triplet in mRNA dat niet codeert voor een aminozuur, maar het einde aangeeft van de eiwitsynthese. 
structuurgenen genen die de info bevatten voor de eiwitsynthese in ribosomen
substitutie soort puntmutatie, waarbij een base vervangen wordt door een andere base
telomeren een telomeer is een zich herhalend stuk DNA aan het uiteinde van elk chromosoom. Telomeren beschermen de genen die aan het eind van het chromosoom liggen tegen beschadigingen
template-streng de nucleotideketen waarlangs het mRNA ontstaat tijdens de transcriptie
thymine een stikstofbase
transcriptie vorming van mRNA door een afschrift van een deel van het DNA te maken. De RNA-streng is complementair aan het deel van het DNA dat de informatie bevat voor de vorming van het RNA-molecuul
transcriptiefactor eiwit dat zich bindt aan specifieke DNA-sequenties, waardoor de hoeveelheid oftranscriptie van genetische informatie van DNA naar mRNA gecontroleerd wordt
transfectie het inbrengen van vreemd DNA in een cel
translatie de vertaling van de reeks mRNA-codons in een reeks aminozuren met een specifiek volgorde, tijdens de vorming van het polypeptide (eiwit) door een ribosoom.
tRNA transfer-RNA dat helpt aminozuren naar een ribosoom te verplaatsen
tumorsuppressorgen gen dat info bevat voor een eiwit, die er voor zorgt dat een cel met te veel of onherstelbare DNA-schade overgaat tot celdood
uracil in plaats van thymine bevat een RNA-nucleotide de stikstofbase uracil (U)