Index biologiepaginaindex vwo 6 biologie
gaswisseling en uitscheiding vwo 6 biologie voor jou
 
info biologiepagina uitleg biologie oefenen biologie bestanden biologie computer pc les biologie

 

Acidose
Een daling van de pH van het interne milieu
Ademcentrum
Gedeelte in de hersenstam, dat de ademhaling regelt. Wordt beïnvloed door onder andere het koolstofdioxidegehalte van het bloed
Ademprikkel
Verandering in het koolstofdioxidegehalte van het bloed. Hierop reageert het ademcentrum
Ademvolume
De hoeveelheid lucht die je met een rustige ademhaling in en uit ademt
ADH
Antidiuretisch hormoon; Hormoon dat de terugresorptie van water in de nierkanaaltjes stimuleert
Adrenaline
Hormoon dat door het bijniermerg wordt afgescheiden. Adrenaline wordt ook door zenuwvezels van het sympathische zenuwstelsel afgescheiden
Aldosteron
Eén van de bijnierschorshormonen. Hormoon speelt een rol bij het zout- en waterevenwicht
Alkalose
Een stijging van de pH van het interne milieu
Alveolaire lucht
Lucht in de longblaasjes
Alveoli
Longblaasje
Astma
Het spierweefsel in de and van de bronchiolen trekt zich onbewust samen
Bilirubine
Galkleurstof die ontstaat bij de afbraak van hemoglobine
Bloeddruk
Druk die het bloed uitoefent op de wand van een bloedvat
Bohr effect
Extra zuurstofafgifte door hemoglobine vanwege een hoge pCO2, een lage pH en een hoge temperatuur
Bronchie
De luchtpijp vertakt zich in twee bronchiën. De wanden bevatten kraakbeenringen.
Bronchiole
Fijnere zijtakjes van de bronchiën en bevatten spierweefsel i.p.v. Kraakbeenweefsel
Chemoreceptor
Zintuigcel, die geprikkeld wordt door de verandering in chemische samenstelling, bijv. het koolstofdioxidegehalte van het bloed
Cholesterol
Tot de sterolen behorende vetachtige stof, die in de meeste dierlijke weefsels en lichaamsvloeistoffen voorkomt en een bestanddeel is van dierlijke celmembranen
Chronische bronchitis
Vorm van COPD, waarbij de luchtwegen langdurig ontstoken zijn en slijm zich ophoopt
COPD
Ziektes waarbij er langdurige blokkades in de longen zijn door beschadigingen en ontstekingen. Bijvoorbeeld chronische brinchitis en longemfyseem
Desaminering
Het verwijderen van de aminogroep (-NH2) van een aminozuur
Detoxificatie
Ontgiftigen
Dialyse
Zuiveren van het bloed
Dode ruimte
Ongeveer 150 mL lucht komt niet verder dan de bronchie, luchtpijp, keel- of neusholte
Emulgeren
Het verkleinen van vetdruppeltjes
Essentieel aminozuur
Aminozuur die je lichaam niet zelf kan maken (via transaminering) en perse in je voedsel moet zitten
Expiratoir reservevolume
Hoeveelheid lucht die bij een maximale ademhaling extra kan worden uitgeademd (ERV)
Ferritine
Is een eiwit dat zorgt voor de binding van ijzer bij de opslag in de lever en het beenmerg
Glomerulus
Kluwentje van haarvaten in elk nierkapsel, speelt een rol in de ultrafiltratie
Glucagon
Hormoon gevormd in de alvleesklier in de eilandjes van Langerhans. De werking is tegengesteld aan de werking van insuline. Glucagon verhoogt het glucosegehalte van het bloed
Hemoglobine
Kleurstof in rode bloedcellen, die zuurstof en koolstofdioxide bindt en daardoor voor het transport van deze stoffen zorgt
Homeostase
Verschijnsel dat allerlei factoren in het inwendige milieu met behulp van feedbacksystemen op een bepaalde normwaarde gehouden worden
Hyperventilatie
Wie hyperventileert, ventileert meer dan nodig om het koolstofdioxide-gehalte in het bloed (de CO2) op de normale hoogte te houden.
Hypofyse
Een hormoonklier onder aan de hersenen, die in verbinding staat met de hypothalamus en o.a. stimulerende hormonen afscheidt. Stimulerende hormonen stimuleren de werking van andere hormoonklieren
Hypothalamus
Deel van de hersenen, die o.a. Het regelcentrum is van je lichaamstemperatuur
Inspiratoir reservevolume
Hoeveelheid lucht die bij een maximale inademing extra kan worden ingeademd (IRV)
Interpleurale ruimte
De ruimte tussen borstvlies en longvlies met daarin een dun vloeistoflaagje
Inwendig milieu
Ruimten in het lichaam die niet op de buitenwereld zijn aangesloten. Het bloed, weefselvocht en de cellen behoren tot het inwendige milieu
Kapsel van Bowman
Nierkapseltje, hier wordt door ultrafiltratie voorurine gemaakt
Koolzuuranhydrase
De rode bloedcel bevat een enzym, koolzuuranhydrase, dat koolstofdioxide kan omzetten naar bicarbonaat
Levercirrose
Leveraandoening, waarbij door o.a. overmatig alcohol levercellen beschadigen en worden vervangen door bindweefsel waarin vet wordt opgeslagen
Lichaampje van Malpighi
Het nierkapseltje met de haarvatenkluwen samen
Lipoproteïnen
Verbindingen van vetten en eiwitten
Lis van Henle
Gedeelte van het nierkanaaltje in een niereenheid. In het nierkanaaltje wordt de voorurine geconcentreerd tot urine
Longblaasje
Gedeelte van de longen waar de gaswisseling tussen bloed en lucht plaats vindt
Longemfyseem
Vorm van COPD, waarbij een groot aantal longblaasjes kapot zijn en fijne vertakkingen van de bronchiolen zijn dichtgeklapt
Longvlies
Bekleding van de longen. Het longvlies is door een vloeistof gescheiden met het borstvlies
Nefron
Niereenheid, bestaande uit een nierkapsel, een haarvatenkluwen in het kapsel en een nierkanaaltje
Nierbekken
Deel van de nier waarin de urine verzamelt wordt
Niermerg
Binnenste van de twee lagen van de nier. Hier wordt de echte urine gevormd 
Nierschors
Buitenste van de twee lagen in de nier. Hier wordt de voorurine gevormd
Osmoreceptoren
Zintuigcellen in de hypothalamus nemen de osmotische waarde van het bloed waar
Oxyhemoglobine
Hemoglobine waarbij zuurstof aan het ijzer in de heemgroep(en) is gebonden ; HbO2
Pleura
Vliezen die de long omgeven: longvlies en borstvlies
pO2
Partiële druk van O2 in bloed of andere lichaamsvloeistoffen
Poortader
Bloedvat dat stroomt van de dunne darm naar de lever
Receptor
Een cel die gespecialiseerd is in het opnemen van specifieke prikkels en opwekken van impulsen onder invloed van de prikkels. De term receptor wordt ook wel gebruikt in de zin van receptoreiwit of receptormolecuul.
Restvolume
Hoeveelheid lucht die bij maximale uitademing in je longen achter blijft
Sinusoïden
Een met bloed gevulde ruimte in een orgaan, bijv. in de lever
Stemband
Stevige vliezen die gaan trillen als er lucht langs komt
Strottenhoofd
Bovenste deel van de luchtpijp, hierin bevinden zich de stembanden
Tegenstroomprincipe
Verschijnsel dat vloeistof of lucht in aangrenzende ruimten tegengesteld stroomt, waardoor er altijd een concentratieverschil tussen beide ruimten is, bijv. het water stroomt langs de kieuwen tegengesteld aan het bloed in de kieuwen.
Terugresorptie
Resorptie van nuttige stoffen door middel van actief transport vanuit de voorurine in het bloed
Transaminering
Het maken van een aminozuur uit een ander aminozuur
Trilhaarepitheel
Epitheel waarvan de buitenste laag uit trilhaarcellen bestaat, bijv. het neusslijmvlies
Uitscheiding
Verwijdering van schadelijke en/ of overbodige stoffen uit het interne milieu van een lichaam
Ultrafiltratie
Proces, waarbij kleine deeltjes in het bloed de wand van de bloedvaten en de haarvaten passeren. Grotere moleculen blijven hierbij in het bloed achter. Bij dit proces ontstaat voorurine
Ureum
Organische stof, die het belangrijkste product van de eiwitafbraak bij zoogdieren vormt
Urine
Mengsel van afvalstoffen, lichaamsvreemde stoffen, overtollig water en overtollige zouten, uitgescheiden door de nieren
Urineleider
Buisje die urine vervoert van de nieren naar de urineblaas
Ventilatie
Het verversen van lucht
Verzamelbuisje
Kanaaltje in een nier waarin de urine uit de nierkanaaltjes verzameld wordt en dat uitmondt in het nierbekken
Vitale capaciteit
De hoeveelheid lucht die in 1 ademhaling maximaal kan worden uitgeademd (VC)
Voorurine
Vocht dat door ultrafiltratie van het bloed in de nierkapsels terechtkomt